Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deel met grondsoorten uit de jongere, het Krijt bedekkende, tertiaire en quartaire lagen. Als in de orgelpijp nog verweeringsleem van kalksteen aanwezig is, dan wordt deze leem vrijwel steeds als bekleeding van de kalksteen aangetroffen, terwijl het jongere materiaal de kern van de opvulling vormt. Aan de dalranden komt het vaak voor, dat de orgelpijp met tertiair of diluviaal materiaal gevuld is, terwijl dit materiaal ter plaatse boven de kalksteen thans niet meer aanwezig is. Uit deze omstandigheid kan afgeleid worden, dat het jongere sediment eens boven de orgelpijp werd afgezet.

Reeds direct na hun eerste beschrijving heeft men een zeer aannemelijke hypothese over het ontstaan der geologische orgelpijpen opgesteld. Het koolzuurhoudende regenwater sijpelt

door de bedekkende poreuze lagen naar diepere zones. Aan het verweeringsoppervlak van de kalksteen, die minder doorlatend is, ver-

Afb. 19. GEOLOGISCHE ORGELPIJP IN DE GROEVE DER TC A T,TC MERGEL MIJ. „ST. PIETERSBERG” IN HET JEKERDAL.

Op de afbeelding komt duidelijk uit, dat deze holruimte nagenoeg in een punt eindigt. Aan den bovenkant van het krijt is een trechtervormige verwijding aanwezig. De holruimte is voor het grootste deel opgevuld met Onder-Oligoceen zand.

Sluiten