Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Afb. 20. KALKSTEENOPPER VLAK IN DE GROEVE DER KALKMERGEL MIJ.

„ST. PIETERSBERG”.

Op de afbeelding is duidelijk te zien, dat dit oppervlak zeer onregelmatig verweerd is en talrijke verweeringstrechters bezit.

zamelt het water zich in de diepere verweeringstrechters, afb. 20. Hier begint het koolzuurhoudende water de kalksteen aan te tasten. Het in oplossing gaande calcium wordt chemisch aan het water gebonden, waardoor dit water van zacht in hard water verandert. Het harde water sijpelt langzaam naar het dieper gelegen grondwater. De naast calcium aanwezige stoffen in de kalksteen, die niet in oplossing gaan, blijven als verweeringsresidu achter. Daar het calcium het grootste percentage van de kalksteen vormt, ontstaat ter plaatse een sterke vermindering van vaste stof, waardoor de verweeringstrechter steeds dieper wordt. De boven deze verweeringstechter aanwezige lagen zakken in de verweeringszöne na. Doordat het koolzuurhoudende water het gesteente alzijdig kan aantasten van uit een punt ontstaat een nagenoeg cirkelvormige verweeringszöne. Op den insijpelingsweg wordt steeds meer koolzuur gebonden, tot ten slotte de voorraad verbruikt is. Op dit punt houdt de aantasting van de kalksteen op en eindigt de verweeringszöne. Ontmoet het water een

Sluiten