Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hier afgebeelde karstgang is zoo groot, dat men er zich over meerdere meters loopende in bewegen kan. Naar beide zijden vernauwt zij zich. Hierdoor is ook voor ons krijtgebied met zekerheid vastgesteld, dat karstverschijnselen, zij het dan van kleinere afmeting als elders, voorkomen. Daar zij thans ver boven het grondwater liggen, moeten zij ontstaan zijn tijdens de afzetting der terrassen in deze omgeving, toen de Maas nog op een peil stroomde, hetwelk met de hoogteligging dezer holruimten overeen kwam.

Met de afzetting van het Maastricht-

sche Tufkrijt werd ’t

secundaire tijdperk afgesloten. De zee werd door hernieuwde scheefstelling der schollen waarschijnlijk voor langeren tijd uit dit gebied teruggedrongen. Het landschap moet zich ongeveer vertoond hebben als een groote kalksteenvlakte. Als op deze vlakte een plantengroei aanwezig is, dan is hiervan elk spoor in lateren tijd uitgewischt.

In het begin van het oudste Tertiair, het Palaloceen, bevond zich npordelijker een zeegebied, dat zich waarschijnlijk niet veel zuidelijker dan tot Bunde uitstrekte. Hierop wijzen kalksteenen van vermoedelijk Palacoceenen ouderdom welke in boringen bij Bunde werden aangetroffen. In den jongen Palacoceentijd in het geheele Eoceen lag de zee nog Veel verder ten noordwesten van Maastricht.

Afb. 21. Doorsnede van een door ondergronasche waterbeweging ontstane stroombaan in gekloofd tufkrijt van den St. Pietersberg. Begin- en eindpunt zijn nog onbekend.

Sluiten