Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het moet onder deze omstandigheden verwondering wekken, dat nog een zoo groot Maastrichtsch Krijt-profiel bewaard gebleven is. De steeds op een landoppervlak werkzame erosie moet op dit vlakke kalksteengebied zeer weinig effect gehad hebben. Al deze feiten (het verder terugdringen van de Paleo-Eoceene zee, de zwakke erosie, het ontbreken van dieper ingesneden afvoerkanalen van het hooger gelegen naar het lagere land) duiden voor onze omgeving op een tijdperk van zeer geringe tektonische werking. Daar de Eoceene zee steeds verder in noordwestelijke richting werd teruggedrongen kan men alleen een langzame scheefstelling van ons gebied aannemen zonder dat de reeds aanwezige storingen in beweging kwamen. De door de scheefstelling ontstane spanningen in het voorland van het opheffingsgebied schijnen eerst in het OnderOligoceen tot lossing gekomen te zijn. In dien tijd is namelijk de zee weer veel verder naar het Zuiden voortgedrongen. Uit thans nog aanwezige resten kunnen wij vaststellen, dat de kust niet noordelijker gelegen was dan de lijn Boirs-Haccourt-Romsée-EvegnéeDison-Andrimont-Gemmenich-Laurensberg-Würselen. Vanaf Waubach naar het Zuiden vormde de Feldbiss ongeveer de oostelijke kustlijn,. Vrijwel geheel Zuid-Limburg, met uitzondering van het deel oostelijk van de lijn Waubach-Kerkrade, en een groot deel van België werd door een ondiepe zee overspoeld. In die zee bezonken glauconietzanden en kleien benevens een groote hoeveelheid schelpdierschalen, rijk aan soorten en vormen. In de omgeving van Bunde, Vliek, Ravensbosch, Schin op Geulle en Ransdaal kan men deze fauna nog terugvinden.

Waarschijnlijk is de Onder-Oligoceene zee de laatste zeebedekking van den St. Pietersberg geweest. De jongere mariene afzettingen van het Midden- en Boven-Oligoceen reiken althans niet zoo ver naar het Zuiden. De het meest het gebied van Maastricht naderende resten van het Midden-Oligoceen liggen benoorden de lijn RiempstBorgharen-Meerssen-Houthem-Valkenburg en oostelijker. En hoewel men niet met absolute zekerheid zeggen kan, dat deze lijm de zuidelijke kustlijn van die Midden-Oligoceene zee geweest is, toch pleit de afwezigheid van sedimenten uit dien tijd bezuiden die lijn wel voor deze opvatting.

Reconstrueert men het beeld van de Maastrichtsche omgeving aan het einde van de Onder-Oligoceene zee-invasie, dan komt men tot een uitgestrekte zandvlakte, waarin hier en daar wel kleiige zones voorgekomen zullen zijn. Gedurende het geheele jongere Tertiair,

Sluiten