Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Afb. 23. Vervoer van het erratisch blok afgebeeld in afb. 22 van het Enci-terrein naar het Natuurhistorisch Museum te Maastricht.

zijn westelijk oevergebied. Voortgezette daling der oostelijke schollen deden den Rijn meer en meer in oostelijke richting afglijden in de richting van zijn tegenwoordig stroomgebied. De vele andere storingen in Zuid-Limburg volgden in een langzamer tempo de grootere bewegingen der oostelijke storingen. Daardoor werd ook de Maas gedwongen haar stroombed in oostelijke richting te verleggen. Bij het begin van het Diluvium lag haar stroombed bij Neufchateau volgens onze berekening op 200 m -j-A.P. Vanaf dit punt zocht de Maas haren weg over Noorbeek-Kosberg-Bosschenhuizen-ThieneBocholtz-Z. van Kohlscheid-Dürwiss-Nieuwenhagen-Ubach-Teveren naar Geilenkirchen waar zij in een niveau van 100 m -J-A.P. stroomde. Al slingerende sneedt de rivier zich geleidelijk dieper in en doorbrak hare meanders. In het op deze wijze ontstane breede dal ruimde zij op haar weg veel Tertiair en Krijt-materiaal op en deponeerde in haar stroombed het medegevoerde Ardennengesteente. Door daling der westelijke schollen in het gebied van Neufchateau-Noorbeek ontstond geleidelijk een barrière. De rivier kon daardoor allengs minder water afvoeren door haar stroombed. Het medegevoerde

Sluiten