Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terrein gevonden. Groene- (Rana esculenta L.) en Bruine Kikvorsch (Rana tempor aria L.) komen voor.

Overgaande naar de Ongewervelde Dieren, begin ik met een eigenaardig kreeftachtig diertje, nl. Niphargus. Opgepompt met water uit een drinkput kwam deze amphipode te voorschijn. Ze leeft in het donker en is zoozeer aan de onderaardsche leefwijze aangepast, dat de grauwe kleur der amphipoden geheel verdween en het dier melkwit is. Ook de oogen zijn verdwenen. Alle vindplaatsen in Nederland liggen in stroomgebieden van Rijn en Maas.

En nu de rijstebrij-berg der insecten!

Een rijstebrij, die onverteerbaar zou zijn, als ze u werd opgediend in den vorm van lange lijsten. Laat ik trachten ze door groote beperking verteerbaar te maken. Hierbij moet ik de hulp inroepen van gidsen, voor wier betrouwbaarheid ik durf in staan. Met die gidsen toch heb ik in den loop der jaren, dat ik in de schaduw van den St. Pietersberg woon, kennis gemaakt en me zelf door hen laten leiden en wijzen. Hun nestor isMaurissen, de ontdekker van den nog altijd zeldzamen vlinder Nemeophila plantaginis L., die voor het eerst op den St. Pietersberg werd gevangen. Hier ook vond hij Arctia mlhca L., die, zooals Sepp vermeldt, in 1778, gevangen was bij Nijmegen, maar met het verdwijnen van de op entomologisch gebied zoo vruchtbare vestingwerken aldaar, uitgestorven leek. Ook Callimorpha hera L., nu C. quadripunctaria Poda, werd voor het eerst in Nederland door M a u r i s s e n buit gemaakt op den St. Pietersberg.

In 1866 verscheen van zijn hand „Liste des macrolépidoptères du Limbourg hollandais” in het Tijdschrift voor Entomologie, in 1869 en 1882 aanmerkelijk uitgebreid in hetzelfde tijdschrift onder un tlt?^ ”Supplément a la liste des macro-lépidoptères du Limbourg hollandais en „Lijst van insecten in Limburg en niet in de andere provinciën van Nederland waargenomen”. Uit die lijsten blijkt, hoe M au rissen en zijn medewerkers (Clumper, Ziegeler, S c h o 1 s) de ontdekkers waren van menig zeldzaam, niet zelden ook van een voor de Nederlandsche fauna nieuw insect op en rondom den St. Pietersberg, Niet minder dan 27 vlinders staan in de laatste lijst vermeld, welke toen (1882) nog maar alleen gevonden waren op den St. Pietersberg.

Maurissen komt de eer toe, den Noord-Nederlandschen entomologen gewezen te hebben op den enormen rijkdom aan insecten in het Zuiden des lands. Niet alleen de groep der vlinders,

Sluiten