Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Laat ik een keuze doen en beginnen met de zeer zeldzame kevervondsten, vondsten uitsluitend op den berg, dus nergens anders in Nederland, gedaan. Har palus atratus Latr. H. atratus subsinuatus Dfts., Trichius fasciatus L. a. scutellaris Kr., Gymnetron collinum Gylt-, Apion elegantulum Germ., Liodes litura Steph., Bruchidius cisti F., die naar alle waarschijnlijkheid leeft op ’t zonneroosje (Helianthemum vulgare Gaertn.), Minyops carinatus L., Mecinus Heydeni Wenck. en M. janthinus Germ., levende op Vlasbek (Linaria vulgaris Mill.).

Lebia crux minor L., Claviger longicornis Müll., een mierengast, voorkomende bij Lasius umbratus Nyl., Hydnobius punctatissimus Steph., Galerucella luteola Müll., die ’t bladmoes der iepenbladeren wegvreet, deze fraai skeletteerend, Urodon conformis Suffr. U. suturalis F., Tropiphoris carinatus Müll., Ceuthorrhynchus maculaalba Hrbst., Lignyodes enucleator Panz. werden alle gevangen op den St. Pietersberg en nog op een enkele andere plaats meer.

Wanneer ik nu eindig met nog enkele van de zeer véle, zeer zeldzame keversoorten, ben ik bang, dat de liefhebberende entomol°°g Saat sPrcken van jagerslatijn. De vakkundige coleopteroloog weet, hoe deze reeks met vele andere kevers is aan te vullen en wie E v e r t s standaardwerk „Coleoptera Neerlandica” nazoekt, begrijpt eerst goed, hoeveel de St. Pietersberg ons aan kevers heeft geschonken. Zie hier dan nog enkele zeer zeldzame soorten.

Amara cursitans Zimm., Har palus quadripunctatus Dej., de in hamsterholen gevonden Asphodiusscrofa F., Onthophafus taurus Schreb., een verwant van de zuidelijker voorkomende pillendraaiers, levend in- en onder versche koemest, Meloë autumnalis Oliv., Longitarsus suturalis Mrsh., de gallenverwekkende Gymnetron-soorten, tetrum F., hispidum Brullé en netum Germ.

Mocht gij, lezer van dit opstel, u voor kevers interesseeren en den St. Pietersberg willen uitkiezen als onderzoekingsterrein, dan hoop ik, dat gij het geluk moogt hebben er een metaalglanzig, klein kevertje te vinden, hetwelk zich daar in den zonneschijn vlug voortspoedt tusschen gras en plantenwortels en afgevallen bladeren. Het kan Bembidium brunnicorne Strm. a. Milleri du Val. zijn, een vertegenwoordiger onzer 53 verschillende inlandsche Bembidiumsoorten en welke eenmaal op den St. Pietersberg, verborgen onder een steen werd gevonden.

En ’t is niet onmogelijk ter zelfder plaatse dan aan té treffen

Sluiten