Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer eivormige, wel eens langwerpige, bruin of zwart of okergeel gekleurde beestjes, die luisteren naar den naam Amara. Kijk dan goed toe, of uw exemplaar ook in het bezit is van roestroode schenen, of de voorhoeken van zijn halsschild vrij stomp zijn. Dan hebt ge waarschijnlijk met Amara nitida Strm. te doen, waarvan ook een afwijking bestaat, die luistert naar den naam imbella Reitt. en tot dusverre eveneens éénmaal te St. Pieter is aangetroffen.

Beide zeldzaamheden behooren tot de Carabiden of Loopkevers.

Ook onder de Staphylinidae, de Kortschildkevers, schuilt er op den St. Pietersberg een groote zeldzaamheid en wel onder het zoo soortenrijke geslacht Atheta.

Atheta’s houden zich op de meest verschillende plaatsen op. Gevindt ze in rottende plantenresten, in mest en vochtig mos, bij aas en boomsappen, in vergane paddenstoelen en onder schors en steenen. Waar we er hier te lande van de ruim 300 Europeesche soorten, niet minder dan 93 kennen, hebben wc kans in weinig tijds, heel wat Staphyliniden buit te maken. Maar of er dan een Atheta luctuosa Muls et Rey tusschen zal zitten, valt te betwijfelen. Ónmogelijk is ’t niet, als ge zoekt in molsgangen en onder de uitwerpselen van een mol. Op den St. Pietersberg is deze soort éénmaal gevonden.

En zoo zouden we kunnen doorgaan met het signaleeren van zeldzaamheden. Doch ook van het goede kan men te veel krijgen. Trouwens we krijgen zoo langzamerhand bewijzen te over, dat de St. Pietersberg voor den entomoloog een ideaal excürsie-veld mag heeten.

Dat den lezer bijbrengen is ons doel.

In de keverwereld kan men er zelfs nooit gedachte ontmoetingen beleven.

Niemand zal op den berg gaan zoeken naar waterkevers. En toch bracht men mij meermalen o.a. allerlei Dytiscus-soorten, aldaar gevonden. Ze waren in hun nachtelijke vluchten neergestreken op de ruiten der broeibakken, die ze hadden aangezien voor waterplassen.

Soms kunnen zelfs met regenwater gevulde karresporen verrassingen opleveren. Zoo vond Pater Rüschkamp in een dergelijk spoor op het plateau van den St. Pietersberg den zeldzamen waterkever Empleurus rufipes Bosc.

Hoe nauw vaak het voorkomen van insecten samenhangt met de aanwezigheid van bepaalde planten, blijkt uit de vangst van de Boorvlieg (Euphranta connexa F.), levende op de Engbloem (Vincetoxicum officinale Moench.). Deze plant komt slechts op een tweetal

Sluiten