Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaatsen in Nederland voor. Eén dezer groeiplaatsen is de St. Pietersberg. Uit gallen van deze plant kweekte S c h m i t z, behalve een Sciara-soort, nog een eigenaardig microhymenopteron en talrijke exemplaren van Contarinia asclepiadis Giraud, een galmug, nieuw voor de Nederlandsche fauna.

Met Euphranta connexa en Contarinia asclepiadis zijn we meteen thuis in de groep der Tweevleugeligen (Diptera).

In de vijftiger jaren van de vorige eeuw verschenen de twee eerste deelen van „Bouwstoffen voor een fauna van Nederland”. Hierin wisten toen Snellen van Vollenhoven en van der Wulp 694 verschillende Nederlandsche Tweevleugeligen op te sommen. In 1877 bleek dit getal reeds verdubbeld. En in 1928 was het verdubbelde aantal gestegen tot 3005. Hoeveel er in de laatste tien jaar nog zijn bijgekomen, zou ik niet durven zeggen. Maar ’t zijn er heel wat. Voor vliegen heeft er hier te lande altijd eenige interesse bestaan. Toen vander Wulp en deMeyere in 1898 de „Nieuwe Naamlijst van Nederlandsche Diptera” publiceerden, konden zij niet minder dan 60 medewerkers opsommen.

Voor wat Limburg betreft, waren deze Mr. Maurissen te Maastricht, H. L a t i e r s, destijds te Roermond, Pater E. W a sm a n n te Exaten envandenBrandtte Venlo.

Allen reeds ter ziele.

Later is deze oude garde aangevuld met de Paters H. Kiene, H. Schmitz en W. Soyka, die, begeesterd door Pater W a sm a n n, hier in Zuid-Limburg naar zijn voorbeeld hebben gewerkt. Kiene en Soyka verzamelden hoofdzakelijk in de buurt van Valkenburg, terwijl Schmitz zijn onderzoekingen uitstrekte over Valkenburg, Maastricht en Sittard. Vooral den in 1922 overleden Pater Kiene danken we het, dat we vrij goed weten, wat er aan vliegen in Zuid-Limburg huist. Meer dan 10 jaar heeft hij maar altijd door verzameld en jongere collega’s laten verzamelen. Terwijl Schmitz zich specialiseerde op Phoriden en Soyka zich meer interesseerde voor Syrphiden, maakte Kiene jacht op alles, wat ook maar vlieg of mug mag heeten. Zijn verzameling, gelukkig voor Limburg behouden, is sinds eenige jaren ondergebracht in het Museum te Maastricht en levert een prachtig vergelijkingsmateriaal op voor hen, die naar het voorbeeld van zoovele illustre voorgangers in Zuid-Limburg, nog eens willen zoeken naar Diptera.

En dat zij dan vooral den St. Pietersberg niet vergeten.

t Is zoo goed als zeker, dat ze hier zullen aantreffen denzelfden

Sluiten