Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het, dat men er ’s zomers veel reuzenvliegen als tabanus bovinus L. 1. autummalis L., T. brominus L., T. sudeticus Zeil. e.a. kan aantreffen en men zelf niet zelden plotseling wordt geprikt door de op menschenbloed beluste wijfjes van kleurige „goudoogen”, aldus genaamd naar de goudglanzige kijkers, waarmede het geslacht C hrysops is toegerust.

Vaak heb ik te St. Pieter met welgevallen staan kijken naar Bombylius, als leden dezer ruig-behaarde familie in de lucht stonden te trillen boven bloemen, waaruit ze met den langen zuiger honing puurden. Net kolibries! 6

En meermalen was ik er getuige van echte drama’s, als Asiliden, Koofvliegen, allerlei insecten aanvielen en den priemvormigen zuiger in het lichaam harer slachtoffers dreven, om ze zoo te vermoorden en uit te zuigen.

Ook aan zgn. Parasietvliegen, Tachininae, is er op den St. Pietersberg geen gebrek. De larven van deze insecten leven in rupsen o.a. van Sphtngiden en Pieriden. Pijlstaartvlinders, we zagen het reeds, zijn te St. Pieter heelemaal niet zeldzaam en van Witjes kan het er soms krioelen. Dat hangt samen met de teelt van allerlei groenten, waarop de tuinbouwende bevolking van St. Pieter zich toelegt.

Ook nam ik Echynomia grossa L. waar, een zwarte, ruig-stekelig behaarde, monsterachtig groote vlieg met bruinen kop. Ze zal er als larve wel gezeten hebben in de rups van een Bombyx quercus-vlm&tv

Een goed opmerker kan op den St. Pietersberg wel eens vinden half vergane lijken van wezels of hermelijnen, van mollen of spitsmuizen of van de een of andere vogelsoort. Dat geeft hem uitleg van het vaak voorkomen van allerlei Sarcophaginae, een larvipare, groote vliegenfamihe, welke de eigenaardigheid heeft haar eieren te deponeeren in lijken van zoogdieren en vogels, ja soms wel in verwonde lichaamsdelen van levende dieren. In ongelooflijk groot aantal kan men soms de witte maden in doode dieren zien wriemelen, dag en nacht banketteeren ze en doen ze zich te goed aan de rottende resten van wat eens een levend wezen was.

Gelukkig maar, dat er dergelijke opruimers van in ontbinding verkeerende dierenlijken zijn. Voor de hygiëne toch hebben ze heel wat verdiensten.

Hoe verleidelijk ook, ons langer bezig te houden met de vliegen welke we op den St. Pietersberg kunnen ontmoeten, we moeten van dit onderwerp afstappen, willen we de ons toegestane ruimte niet overschrijden.

Sluiten