Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Trouwens tallooze vliegen, welke wij nog niet bespraken, zijn zoo nietig klein, dat een leek er maar matige interesse voor kan hebben. En daarom hier dus maar niet gesproken over bijv. Sciomyzinae en Trypetinae, Geomyzinae en Phoridae.

Meer dan één familie van dit „klein grut” verheugt zich in het bezit van een specialist, die zich heel in het bijzonder voor haar interesseert. Denkt maar aan Pater S c h m i t z, die nu al vele jaren l?ng al zijn tijd besteedt aan de Phoriden. Het is niet aan mij om dergelijke vakmenschen te wijzen, op hetgeen de St. Pietersberg kan leveren op dipterologisch detail-gebied. Zij weten het veel beter dan ik.

En het is al gezegd, voor een leek gaat er maar zeer matige bekoring uit van de vliegjes, die men met het bloote oog haast niet kan waarnemen.

Waar in de omgeving van den St. Pietersberg veel stilstaand water te vinden is, spreekt het vanzelf, dat muggen hier veelvuldig voorkomen. De Gewone Steekmug (Culex pipiens L.) en de, aan de geringde pooten herkenbare, venijnig stekende Theobaldia annulata Schrank, komen er voor, naast de Malariamug (Anopheles maculipennis Meig.), die hier gelukkig geen malaria overbrengt. Chironomidae, Dansmuggen, waarvan de larven als vischvoedsel van veel belang zijn, komen vaak in zeer groot aantal voor. De larven der Mycetophïllidae zijn in paddenstoelen te vinden.

De Langpootmug (Tipula oleracea L.), waarvan de larven in den bodem leven als de zgn. emelten, komen sommige jaren veel voor.

Onder de Galmuggen (Cecidomyidae) verwekken vele gallen aan bovengrondsche plantendeelen.

Van de in Nederland gevonden Vliesvleugeligen, Hymenoptera, bestaat tot nu toe geen volledige, betrouwbare lijst. Een dergelijke lijst is wel in bewerking en zal binnenkort verschijnen. Dan zullen we kunnen zien, hoe de St. Pietersberg ook in dit opzicht heel wat zeldzaam materiaal leverde. Maurissen was vroeger de eenige, die geregeld naar hymenoptera heeft omgekeken. De meeste vondsten van voor de tachtiger jaren der vorige eeuw zijn door hem gedaan én bekend gemaakt. Eerst in de laatste jaren is van deze insectenorde in Zuid-Limburg meer werk gemaakt door C r e m e r s, M a e s s e n en R ij k. Natuurlijk wordt het mierenonderzoek van WasmannenSchmitz niet vergeten.

De goed-gedetermineerde verzameling hymenoptera, aanwezig in

Sluiten