Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de nesten van Halictus, Eucera, Podalirius, Panurgus en Colletes, allemaal Apiden, welke men op den St. Pietersberg aantreft.

Aardig is het op den St. Pietersberg eens uit te zien naar ledige slakkenhuisjes. Vaak zijn deze de woonplaats van Osmia.

Het loont de moeite dit vrij talrijke bijengeslacht, we kennen minstens een twintigtal soorten, na te gaan in de vele manieren, waarop het te werk gaat bij den aanleg van de leemen woningen Deze toch bouwen ze op plaatsen van den meest verschillenden aard en in voorwerpen, waar men ze allerminst zou vermoeden. Ze graven hiervoor gangen in den grond en in verweerd hout, maken gebruik van spleten en holten in steenen, betrekken holle plantenstengels en, we zeiden het reeds, ledige slakkenhuisjes.

Echte bouwmeesters zijn ook de Megachile-soorten, zeer terecht Bladsnijders- en Behangersbijen genaamd, bekend om de wijze, waarop de wijfjes bladgedeelten, vooral van rozen en berken, soms ook van kleurige bloemen, met de kaken uitknippen en ze dan in zelf gegraven gangen in den grond en onder vermolmd hout, kunstig verwerken tot cellen, waarin het broed zich ontwikkelt.

Hoe verleidelijk het ook is, langer stil te staan bij de bijen, welke op den St. Pietersberg in zulke rijke verscheidenheid voorkomen — we hebben nog niet gesproken over Anthidium, Melecta, Cr o cisa, Epeolus, Stelis, Coelioxys en wat al meer — moeten we ons beperken en willen we overgaan naar de Hommels.

Vooral door V u y c k is het geslacht Bombus hier te lande zeer goed bekend en mogen we minstens een twintigtal soorten als inlandsch beschouwen. De meeste hiervan zijn ook op den St. Pietersberg aangetroffen en het is zelfs niet uitgesloten, dat vandaag of morgen hier nog eens een groote zeldzaamheid op dit gebied wordt gevonden.

In 1932 toch vond Cremers in den Museumtuin te Maastricht, dus vlak bij den St. Pietersberg Bombus lapponicus F., een unicum voor Nederland.

Dat sindsdien deze hommel niet meer werd aangetroffen, zegt heel weinig. Met vrij groote zekerheid weten we, dat in de laatste jaren , maar heel sporadisch naar Bombiden op den St. Pietersberg is uitgezien. Moge er onder onze aanwassende entomologen iemand komen, die met den lust van een Mr. Maurissen systematisch gaat zoeken in Zuid-Limburg naar insecten in den meest ruimen zin. Niet onmogelijk, dat dc St. Pietersberg dan nog menige verrassing zal leveren en dat we ook in de collecties van het Natuurhistorisch

Sluiten