Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met hun vindplaatsen staan hierin opgegeven, waaronder verschillende van den St. Pietersberg. Meerdere soorten zijn later niet meer in de omgeving van Maastricht terug gevonden, zoo o.a. Helix aspersa Müll., de Segrijnslak.

Ons krijt- en lössgebied en daarmede de St. Pietersberg, is rijk aan weekdieren, aan soorten, die ook elders gevonden worden, maar eveneens aan soorten, die hier haar noordelijkste uitbreiding in Nederland bereiken, zooals Vitrina major Fér., Eulota fruticum Müll., Helicodonta obvoluta Müll., Ena obscura Müll., Orcula döliolum Brug., Clausilia laminata Mont., C. rolphi Leach, Ericia elegans Müll. en Kuzmicia parvula Stud. De kalkrijkdom van dit gebied en de hoogere gemiddelde jaartemperatuur schijnen gunstige levensvoorwaarden voor

clausilia deze soorten te zijn.

rolphi Huisjes- (Cepaea nemoralis L.) en Tuirislak (C.

10 hortensis Müll.) komen voor naast de grootere verwant, de meest karakteristieke slak van het krijtgebied, de Wijngaardslak (Helix pomatia L.). Vermoedelijk is deze in de middeleeuwen ingevoerd en gekweekt als lekkernij en daarna verwilderd, wat ook het geval moet zijn geweest met H. aspersa, die boven reeds werd genoemd.

Komende uit Noord-Nederland, mij vestigende te Maastricht, heb ik, die nooit in het wild een Wijngaardslak had gezien, al was ik dan ook geboren in de buurt van de „Blauwe Trappen”, de klassieke vindplaats uit de Camera Obscura, onmiddellijk omgezien naar de karakol, zooals ze in Zuid-Limburg heet. Hoe graag had ik onder de vele, vele exemplaren, die in den loop der jaren door mijn handen zijn gegaan, een linksgewonden exemplaar gevonden. Tot nu toe gelukte mij dat niet. Evenmin mocht ik een scalaride, d.i. een kurketrekkerachtig uitgerekt huisje vinden. Maar

wie weet lezer, zijt gij gelukkiger m dit opzicht. Let scalaride van eens op beide afwijkingen. helix pomatia l.

De lijst van de slakken, gevonden op den St.

Pietersberg, zou lang worden, wanneer alle werden genoemd. Ik wil en moet me ook hier beperken, onder verwijzing naar de studie van van Regteren Altena en Janssen: „De landslakken van

Sluiten