Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PLANTEN VAN DEN ST. PIETERSBERG

DOOR A. DE WEVER, ARTS TE NUTH.

Niets beheerscht meer het uiterlijk en de aanblik van een streek of landschap, dan de plantengroei en wel niemand zal zich kunnen onttrekken aan den weldadigen invloed, welke er van zijn omgeving uitgaat, wanneer daarin de boomen, planten en bloemen een overwegende plaats innemen. En toch, bij alles wat daarvan genoten wordt door een ieder, die zich voor een mooie tocht, voor landschapsschoon in het algemeen of voor de schoonheid der planten en bloemen in het bijzonder interesseert, is het opvallend hoe weinig kennis men eigenlijk van het plantenleven en van de plantensoorten heeft en aan hoeveel schoons men daardoor nog onbewust voorbij gaat. Bepaalde landschappen maken het ons in dit opzicht gemakkelijk en geven ons, doordat ze meer „aan den weg timmeren”, gemakkelijker van het vele te genieten, dat zij bieden kunnen, dan andere. Al mag de natuurliefhebber, gewapend met een zekere kennis toch altijd nog meer in bewondering raken over allerlei, dat voor hem evengoed een geheim is als voor diegene, die er zelfs het bestaan niet van vermoedt, toch zal de laatste gemakkelijker tot de bewondering van een hei- en dennenlandschap gebracht worden dan tot die van een Zuid-Limburgsch hellingbosch op zichzelf, hetwelk juist het toppunt van verrukking kan zijn voor de eenigszins plantkundig geschoolde.

Wanneer dan overal elders de noodzaak reeds is gevoeld om op velerlei wijze de aandacht nader te vestigen op de bijzonderheden uit planten- en dierenwereld, — wij denken hier bijvoorbeeld alleen nog maar aan de prachtige Verkade-Albums — hoezeer geldt dit dan ook niet voor de plantenwereld van Zuid-Limburg in het algemeen en voor die van den St. Pietersberg in het bijzonder!

Geen deel van het land is er, waar de natuur zich zóó vroeg en zóó rijk en mooi openbaart, als in de verscholen hoeken van de Limburgsche hellingbosschen. Wanneer de kranten uit een enkele plaats de bloei van een vroege hazelaar rapporteeren, teekenen in het Limburgsche de katj esregens zich al als gelige plekken af langs de sombere kleuren van het wintersche hout en hebben ze daarvan al het doodsche reeds met één slag weggenomen.

Wanneer we in den tuin bewonderend staan te kijken naar een enkele primulabloem, welke als verkenner aan de eigenlijke bloei

Sluiten