Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorafgaat, is onder het Zuid-Limburgsche hakhout en in de loofbosschen het seizoen al geopend door het heirleger van witte anemonensterren, dat als een bloementapijt ons van verre lokt om het bosch in te trekken. En daartusschen staan dan de primula’s verspreid en de viooltjesgroepen zijn gevat in een omlijsting van wit, rosé en geel. Dit alleen kan in de vroolijke voorjaarszon, een ieder tot verbazing brengen over zoo’n bloemenweelde te midden van een rustige omgeving waar het geboomte alle wind keert en zelf weer beschutting vindt door den heuvelrand. Er is maar één voorwaarde aan dit genieten verbonden: men moet het weten te vinden! Men moet den winter niet onnoodig tusschen de stadsmuren verlengen en er op uit trekken. Ook is het wel een onmiskenbare omstandigheid, dat al die genietingen het meest zijn weggelegd voor hen, die ook de bijzonderheden van de groote verscheidenheid der bloemen naspeuren en die dan temidden van al de genoemde pracht, bovendien nog enthousiast genieten kunnen van hetgeen zich nog maar even in groene ontplooiing aankondigt voor later.. . Zooals de geur van het vergane blad en het beeld van het heerlijke bosch in onze indrukken tot één geheel verweven kunnen zijn, zoo ook gaan alle bijzonderheden, welke de plantenliefhebber leert kennen, samen met al hetgeen in het volledig beeld van het bloemenlandschap genoten wordt.

Ook wat in lateren zomer- en herfsttijd in het Limburgsche landschap te genieten valt, moet veelal meer gezocht worden dan elders, omdat holle wegen en landweggetjes zoovele, haast onvindbare, plaatsen vormen, dat een zekere speurzin naar de natuur en een zekere afkeer om met puntstokken over asphaltwegen te wandelen, worden vereischt om het vele schoons te vinden. Daarbij moeten we toegeven, dat er een enkele maal wel eens aanleiding bestaat om de natuur wat ongastvrij te noemen, wanneer regen en modder ons verre trachten te houden van wat we zoeken. Maar dit blijft toch maar uitzondering en is zeker geen verontschuldiging voor alles wat er eigenlijk door stadsmenschen en zomergasten te weinig wordt genoten en gewaardeerd van het Limburgsche planten- en bloemenleven.

Niet alleen door diepgaande studie kan men veel van bloemen en planten leeren kennen; wanneer men zich af en toe maar eens den tijd gunt om zich even te verdiepen in de beschouwing van een enkele plant en op het dierenleven rond haar bloemen let, dan moet dit zeker stof genoeg geven tot vragen, welker beantwoording zich te eeniger tijd wel zal voordoen uit den mond van een kenner of uit

Sluiten