Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stengel nog een tijd lang in grootte toe, door dynamische groei dus, totdat in Juni de vruchten rijp zijn. Deze vallen spoedig af en in Juli sterft de heele plant af, om plaats te maken voor de zómersche boschvegetatie. Onder de witbloeiende type vindt men bijna overal ook struikjes met öf alleen van buiten óf ook geheel rosé bloemen in lichter of sterker tinten; soms zelfs vrij groote groepen alleen van deze bloemen. Zeer zelden ontmoet men lila of blauwlila bloemen. Veeleer heeft men kans allerlei afwijkende vormen aan te treffen: twee bloemen aan één steel, twee langgesteelde bloemen aan één plant, half- of heelgevulde bloemen, bladvormige schutbladen enz. Bloemen die de helft grooter of kleiner zijn, hangen in dit opzicht van uitwendige omstandigheden af. Bij een cultuurvorm zijn de bloemen erfelijk bijna eens zoo groot.

De Gele Anemoon (A. ranunculoïdes) komt alleen bezuiden ’ Caestert op de oosthelling voor en bij Slavante.

Zwarte Gifbes (Actaea spicata). Het schijnt dat deze plant die in loofbosschen in het krijtdistrict volstrekt niet zeldzaam is, op den Pietersberg ontbreekt. Ze werd er ook vroeger noch door Nederlandsche, noch door Belgische floristen vermeld. In België groeit ze wel in de Ardennen.

Akelei (Aquilegia vulgaris). Zoowel op het Nederlandsche als Belgische gedeelte van de berg is deze fraaie plant nog in betrekkelijk wenig exemplaren te vinden, o.a. in het bosch bij Caestert en bij Canne. Misschien is ze hier toch wel als tuinvluchtelinge op te vatten, ofschoon ze buiten het krijtland hoogstzelden verwilderd voorkomt en zeker niet wild.

Kleine Ruit (Thalictrum minus). Komt alleen op Belgisch gebied, vanaf Klein Lanaye tot Lixhe en bij Eben Eijmael voor. Zij is hier reeds voor 1820 aangegeven maar heeft zich zeer weinig uitgebreid.

Boschboterbloem (Ranunculus Breijninus) groeit tusschen Groot Lanaye en Eben Eijmael alleen in den vorm polyanthemoïdes; deze verschilt van de typische vorm die o.a. zooveel in het bosch bij Rijkholt voorkomt, door veel fijner gedeelde bladen, nog fijner dan die van de Scherpe Boterbloem, waarvan ze echter steeds te herkennen is door veel sterker naar binnen gebogen vruchtsnavels.

Zandkool (Diplotaxus tenuifolia). Het is niet meer met zekerheid te achterhalen wanneer deze Zuid-Europeesche plant hier langs water- of spoorwegen het eerst werd aangevoerd. Ze is nu in ieder geval goed ingeburgerd. Wel moet men er zich over verwonderen

Sluiten