Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men, die niet opengaan en toch zichzelf bestuiven en even vruchtbaar zijn als de gewone normale. De drie blaadjes plooien zich ’s avonds langs hun middennerf om en gaan met de twee helften achter tegenelkaar liggen. Daar ze echter deze stand ook kunnen aannemen bij fel zonlicht en bij veel regen weet men niet, welk nut deze plant hiervan heeft.

Fijnbladooievaarbek (Geranium columbinum) vindt men in het krijtland overal op grashellingen langs akkers en heggen.

Purgeervlas (Linum catharticum) ontbreekt nergens in de krijtweiden, maar ze komt daarbuiten ook op kalkhoudende droger en vochtiger gronden voor, en ook soms in kiezel en zand .waar dit op het krijt ligt.

Vleugeltjesbloem (Polygala vulgaris) komt in haar typische vorm op den Pietersberg niet voor, wel in den vorm oxyptera met spitse vleugels bij Lichtenberg, achter Caestert in het gras en op de Westhelling iets Zuidwaarts van het fort.

Kuifvleugeltj esbloem (P. comosa) is een karakterplant der krijtweiden, zoowel de typische vorm die ook in bloei duidelijk gekuifd blijft als de vorm brachycoma die ook in knop ongekuifd is. Meestal vindt men karmijnrood, rosé, lila en zuiver wit bloeiende plantjes op hetzelfde terrein; vaak alleen van één kleur een groote vegetatie; planten waarbij de vleugels en de kroontopjes violet rosé en de overige bloemblaadjes wit zijn, zijn niet zeldzaam.

Knolsteenbreek (Saxifraga granulata). Een vriendelijk plantje, dat onverschillig is voor de grondsoort; men vindt het in zand, kiezel, leem, krijt en ook in vochtige grond. In ’t Geuldal, o.a. bij Houthem, zien sommige boomgaarden, en bij Nieuwstad en Susteren eenige beemden, er wit van als ’t bloeit; het vee graast et zooveel mogelijk omheen, waarschijnlijk wegens de zuurachtige smaak. De bloemen worden door vliegen bevrucht; zelfbestuiving schijnt niet plaats te vinden, het kan zich ook gemakkelijk door de knollige wortelstokken vermeerderen, boven en onder den stengelvoet vormen zich heel kleine knolletjes. Als sierplant is het best een plaatsje in den tuin waard; maar men kweekt liever de vorm met gevulde bloemen (Haarlemsch Klokkenspel). Zoowel bij deze als bij de wilde plant vindt men vaak allerlei afwijkingen, o.a. bladvormige kelken of knolletjes in plaats van bloemknoppen of in de oksels der bladen.

Kandelaartje (S. tridactylites) groeit het liefst in steenige akkers op zand, kiezel en krijthellingen en op muren.

Parnaskruid (Parnassia palustris). Niet alleen in moerasgrond,

Sluiten