Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bloeiende struikjes dragen gele bessen), die wel vergiftig zijn, maar zoo bijtend scherp, dat kinderen ze niet zullen doorslikken. Zij veroorzaken hevige keelontsteking, vandaar dat het struikje in de omgeving van Valkenburg en Wylré „Kelderhelske” heet, een verbastering van het middelduitsche „kwèle” en hals. Vogels eten de bessen zonder schade, het zaad verlaat onverteerd het darmkanaal. Waarschijnlijk kan men de groeiplaatsen in het krijtland als de natuurlijke noordgrens opvatten, ze sluit onmiddellijk aan bij het verspreidingsgebied m België en Duitschland en het komt buiten het krijtland niet voor; Dodonaeus (1554) vermeldt dat het in „Nederduitschland alleen in tuinen gekweekt wordt en L o b e 1 i u s (1581) noemt het ook nog Mezereon germanicum.

Muurpeper (Sedum acre) en Zacht Vetkruid (S. sexangulare). Beide soorten groeien op veel plaatsen op hellingen, rotsen en muren in het krijtland; het zijn evenwel daarom nog geen kalkminnende planten; want op de rotsen wortelen ze soms wel in het krijt zelf in een heel dun verweringslaagje; maar meestal zitten ze in een spleet erf uitholling der rots, waarin diluvium van boven is afgeschoven. Uok op de helling groeien ze het meest waar zand of grint het krijt bedekt of er mee gemengd is. Veeleer schijnen ze voor kalk onverschillig te zijn; ze komen in grind en zand op het Maasterras, ook buiten het krijtland, evenveel voor als op de krijthelling, ook tusschen de steenen van Maas- en kanaaldijken, en in koolasch langs de spoorwegen. Denkelijk komt het bij hen meer aan op de losse structuur van den bodem, want in zware leem en klei komen ze niet voor

In het heele leemdistrict komen zij alleen op tuinmuren of bij womgen voor uit kuituur ontsnapt. In tuingrond, zelfs als deze vrij vochtig is, groeien ze zeer weelderig, maar gaan van de perken alleen m de tuinpaden over, waar deze met grind of zand bedekt zijn, niet °P d<-leemwegen. Maar toch blijft het eigenaardig, dat zij in ons eigenlijk zandgebied, de groote heide in den N.-O. hoek van ZuidLimburg;, niet te vinden zijn, ook niet vóór de ontginning. Misschien spelen bij de verspreiding van deze soorten klimaat of accessibiliteit nog een rol; in het krijtdistrict werd ze vroeger reeds veel als sierplant gekweekt, en er was toen weinig communicatie met de N.O.-hoek. (Jok eemge andere plantsoorten, die als zandminnend bekend staan komen in zand of grind op het krijt opvallend meer voor dan in het zuiver zandgebied, bijv. Vingerhoedskruid, Goudroede, Eglantier.

egen sterke uitdroging en fel licht zijn zij goed bestand; om zich hiertegen te beschutten verkorten ze hun stengels of laten zooveel

Sluiten