Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bladen vallen, dat alleen de topblaadjes overblijven; ook neemt dan het loof een bruinroode kleur aan.

Toch zijn ze ook dan nog gemakkelijk van elkaar te onderscheiden. S. acre heeft afgeplat rondovale, S. sexangulare rolronde blaadjes met aan den voet een verlengstukje. De scherpe smaak is bij S. acre niet altijd aanwezig en de bloemkleur kan bij beide soorten lichter of donkerder geel zijn. Bij S. sexangulare staan de blaadjes duidelijk in zes spiraalrijen, bij S. acre meestal in rijen van 3 of 4, hoogstens van vijf. Lang heeft men gemeènd dat S. sexangulare, die wel het eerst, maar te kort door Linnaeus beschreven werd, een andere soort was dan S. mite en S. koloniense, totdat P r a i g e r, die het geslacht sedum monografisch bewerkt heeft, zich van de juistheid in het herbarium van Linnaeus te Oxford heeft overtuigd.

Op veel plaatsen, ook op den Pietersberg, worden beide soorten nog vergezeld door Wit Vetkruid (S. album). Zooals veel andere succulenten blijven deze vetkruiden, uit den grond genomen en opgehangen (zelfs het onderstboven) toch een tijdlang verder groeien en bloeien; in het buitenland worden ze daarom wel in kransen gebruikt. Buitengewoon krachtige planten vindt men thans langs het spoor van de E.N.C.I. over het plateau naar de stortplaats op de westhelling. Het zijn mooie muur-, rots- en randplantjes, zoowel wegens het altijd groen loof, dat ’s winters wel door vorst verstijft, maar niet bevriest (door verandering der chemische samenstelling van het sap) als wegens de ontelbare gele bloempjes. De bloemen worden druk door insekten bezocht en er wordt veel zaad gevormd; ook kunnen losgelaten stengelstukjes of zelfs blaadjes in lossen grond, zelfs in tuinpaden, spoedig tot nieuwe planten uitgroeien.

Sedum rupestre L. (1753) (= S. elegans Lej. (1811) en S. reflexum L. zijn vroeger wel eens aangetroffen uit tuinen ontvlucht; zij worden beide veel als sierplant gekweekt. Zij verschillen doordat bij de eerste de bladen van boven vlak zijn en aan den top van den stengel bolvormig bij elkaar zitten; de onderste bladen blijven verdroogd aan den stengel zitten; bij de tweede zijn de bladen rolrond en meer gelijkmatig over den stengel verspreid; daar de onderste verdroogd afvallen zijn de stempels onder kaal.

S. reflexum komt wel in Noord-Limburg wild voor, zoowel in de blauwachtig groene (glaucum) als in de grasgroene vorm (viride). Beide soorten worden in Zuid-België als wild opgevat; maar in de provincie Luik zijn zij zeldzaam.

Kruisdistel (Eryngium campestre). Ofschoon deze op veel

Sluiten