Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mige eerst als de bladeren reeds bijna ontplooid zijn (var. coetanea), deze vallen daardoor veel minder in het oog. Nog meer verschillen de vruchten in het najaar. Men vindt struiken met slechts erwtgroote (microcarpa), maar ook met knikkerdikke vruchten (macrocarpa); de gemiddelde dikte is i cm. Ook de vorm kan verschillen van kogelrond tot meer eirond of zelfs eenigszins spits. Soms kan men een struik aantreffen met zoo’n kleine groenachtige bloempjes, dat ze den indruk maken ziek te zijn; misschien is het ook wel iets van dien aard, want de stijlen zijn gekromd en de meeste bloemen vallen onbevrucht af (rhamnoïdes).

WILDE ROZEN.

Behalve het duinroosje zijn alle inheemsche rozensoorten op den berg vertegenwoordigd. In vergelijking met de overweldigende pracht en bloemenweelde der moderne kultuurrozen zou men denken dat de wilde achteloos voorbijgeloopen worden. Maar dan moet men eens een vrijstaande struik in volle bloei op een zonnige krijthelling bekijken. Iedere tak buigt sierlijk over, ieder zijtakje draagt een bloem en hoewel iedere bloem maar één dag duurt, zijn de bloeitakken zoo talrijk, dat ze iederen dag weer nieuwe bloemen produceeren; zoo’n geheel vrijstaande struik lijkt dan een bloemheuveltje. Men kan dan ook nog genieten van de heerlijke ooftgeur van Eglantier en Kraagroos; op een warme zomerochtend zal ons deze geur reeds van verre den weg wijzen.

Hondsroos (Rosa canina) en Heggeroos (R. dumetorum) komen op heel veel plaatsen voor; de eerste is in alle deelen kaal; als men struiken vindt met behaarde bladen, al is het slechts aan de onderzijde, dan heeft men met de Heggeroos te doen. Beide kunnen in de kleur der bloemen varieeren van wit tot rosé en in den vorm der vruchten van bijna kogelrond tot fleschvormig.

Eglantier (R. eglanteria = R. rubiginosa) en R. micrantha hebben beiden geurend loof. Ze zijn moeilijk te onderscheiden, tenzij men geheel vrijstaande struiken kan vergelijken. Eglantier heeft rechtopstaande stammen en schuin naar boven gerichte takken, meestal met rechte en gekromde stekels; de bloemen hebben meestal behaarde stijlen. Bij R. micrantha staan de takken rechtuit en hangen ten slotte slap over; zij heeft maar alleen gekromde stekels en kale stijlen. Deze laatste groeit alleen op het Belgische gedeelte bij Lixhe.

Sluiten