Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Kraagroos (R. agrestis) bezit ook loof met ooftgeur. Het is een der karaktersoorten van de krijtweiden, waar ze met beide bovengenoemden tezamen groeit, maar die buiten het krijtland nergens voorkomt, terwijl Eglantier ook in het zandgebied gevonden wordt.

De Viltroos (R. tomentosa) die ook buiten het krijtdistrict op sterk kalkhoudende leem veel voorkomt, heeft beiderzijds viltige bladen met veel dichter beharing dan de Heggeroos en bovendien zitten er klierharen tusschen, waardoor ze bij wrijving een harsachtige geur verspreiden, die echter heel anders is dan bij Eglantier. Ze is over de heele berg verspreid, het meest aan boschranden of in heggen met Honds- en Heggeroos.

Akkerroos (R. arvensis) groeit alleen in het krijtland; hoogstens op een paar plaatsen daarbuiten op sterk kalkhoudende grond, en dan nog slechts als enkeling. Aan boschranden in het krijtland of op open plekken in het bosch bloeit ze rijk; ze kan ook wel schaduw verdragen, maar hierin tracht ze zich met haar lange dunne stammen met behulp der stekels boven de heesters uit te werken, soms wel tot vier meter hoog. In akkers evenwel ziet men haar hier nergens. Niet bloeiende struiken zijn nauwelijks van de Hondsroos te onderscheiden, daar de bladen even kaal zijn. Bloemen en vruchten zijri in vorm en kleur ook hetzelfde, maar meestal wel langer gesteeld. Het beste kenmerk zit in de stijlen, daar deze duidelijk boven de meeldraden uitsteken en met elkaar vergroeid zijn.

Het Duinroosje (R. pimpinellifolia) ontbreekt in Limburg. Het werd wel door Dumoulin (1868) bij het fort aangegeven, maar kan hoogstens uit kuituur afkomstig geweest zijn, ofschoon hier alleen kultuurvormen met gevulde bloemen in tuinen gekweekt worden.

De echte Heuvelroos (R. collina Jacq.) is nooit in Nederland gevonden.

Gaspeldoorn (Ulex europaeus). Bory, Franquinet en Dumoulin vermelden deze plant achter het bosch van Canne. Dumoulin veronderstelde, dat ze hier door bevriezing gestorven is. In 1936 groeide nog een kleine groep op den top der krijthelling, langs den weg van Groot Lanaye naar Eben Eijmael. Ook hier zagen de struiken er slecht uit. Daar Ulex een kalkmijdende plant is, zal het krijt hier ook wel een ongunstigen invloed hebben uitgeoefend. In deze meening wordt men versterkt als men ziet dat ze op bijna alle plaatsen in het krijtdistrict, waar ze opzettelijk werd aangeplant (Mheer, Geulem, Hontem), zeer slecht groeit, terwijl ze in het zand-

Sluiten