Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaden te laten vallen. Een middel om de zaden beter te kunnen verspreiden zal deze luchtvulling dus wel niet zijn; bij Colutea orientalis zijn de peulen trouwens aan den top steeds open, en toch blijven ze opgeblazen.

Wondklaver (Anthyllis vulneraria). Op open zonnige plekken op de westhelling en op het Belgisch gedeelte ook op de oosthelling, komt deze in groote vegetaties voor in den vorm Kerneri met zijdeachtig behaarde stengels. Waarschijnlijk is ze sinds onheuglijke tijden met voedergewassen aangevoerd maar is sinds lang geheel ingeburgerd ook op heel veel andere heuvels in het krijtland. Deze vorm wordt wel eens voor de var. alpestris gehouden (herbarium Bosquet), maar deze komt op den Pietersberg niet voor. A. vulneraria heeft in den vorm Kerneri, evenals in den vorm vulgaris die in Zuid-Limburg wel eens met vreemd klaverzaad aangevoerd wordt, opgeblazen kelken en een vlag, die korter is dan haar nagel; bij de var. alpestris is de kelk lang en smal en de vlag langer dan de nagel.

Hokjespeul (Astragalus glycyphyllus) is op den Pietersberg veel zeldzamer dan elders in het heele krijtland. Op het Nederlandsch gedeelte groeit ze boven het Nederlandsch douanekantoor; zuidwaarts m België komt ze meer voor. Buiten het krijtdistrict komt ze alleen voor bij Elsloo (Catsop) langs het spoor op sterk kalkhoudende grond. In Midden- en Noord-Limburg groeit ze op hellingen langs de Maas, maar in geringe hoeveelheid. Niet alleen de wortel maar ook het loof smaakt zoet.

Amandelwolfsmelk (Euphorbia sïlvatica) die door Dodon a e u s voor België en door B o r y op den Pietersberg bij Caestert werd aangegeven, is op den berg later nooit gevonden. Zij komt wel voor m het bosch te Moerslag (St. Geertruid) en te Rijkholt, op krijt, maar in de provincie Luik op koolkalk.

Kleine Wolfsmelk (E. exigua) is een karakterplant van akkers m het krijtland; vooral waar het krijt verweerd is tot akkerkruim, waarin het kalkgehalte niet zoo hoog behoeft te zijn.

Heksenmelk (E. Esula) heeft haar gebied op de Maasoevers zoowel in België als in heel Limburg; daarbuiten komt ze in ons gewest niet voor, behalve dan op den Pietersberg, waar ze niet alleen op de oost- maar ook op de westhelling is overgegaan en zelfs op het plateau op de stortplaats van de E.N.C.I. is aangevoerd en zich uitbrom. Hier kan men zien hoe een geheel vrijstaande struik zich tot een halve bol van i meter doorsnede kan ontwikkelen. Misschien is ze ook langs de Maas oorspronkelijk aangevoerd.

Sluiten