Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Overblijvend Bingelkruid (Mercuralis perennis) is op vochtige plaatsen, meest onder loofhout, zoowel in het krijt- als lössoïddistrikt niet zeldzaam.

Gewone Sleutelbloem (Primula officinalis) en Slanke Sleutelbloem (Pr. elatior) komen in Zuid-Limburg op de krijthellingen zoowel in de open weiden als onder houtgewas zeer veel voor; evenwel is P officinalis .strenger aan kalk gebonden, want buiten het krijtdistrict groeit ze alleen op sterke kalkhoudende gronden, zoowel op droger als natter plaatsen; terwijl P. elatior buiten het krijtland ook op kalkarme grond voorkomt, eveneens in droger of vochtiger weiden, bosschen en beemden. Voor Duitschland vindt men opgegeven dat P. elatior de voorkeur geeft aan hooger standplaats op het noorden, aan schaduw en vocht; P. officinalis aan lage, zonnige en droger plekken. Voor ons gewest gaan deze verschillen niet op.

Overal waar beide soorten bij elkaar groeien, kan men kruisingen vinden; deze kunnen in alle deelen intermediair zijn of wel meer op één der ouders gelijken; ze brengen ook zaad voort, maar dit is in den regel verschrompeld en zonder kiemkracht. Witbloeiende en heel licht geelwitte zijn zeldzaam. Wel kan men veel afwijkingen in alle organen aantreffen.

Stofzaad (Monotropa hypopitys) is op den Pietersberg in 1916 nog onder beuken aangetroffen bij „de drie poorten”; in den vorm glabra. Ook elders in ons gewest is deze plant in de laatste 20 jaar zeer zeldzaam geworden.

Duitsche Gentiaan (Gentiana germanica). Als in den nazomer de meeste toeristen vertrokken zijn en bosch- en beemdbloemen reeds zijn uitgebloeid, is de flora onzer krijthellingen pas op haar mooist; een stuk lente in den herfst! Dan zien sommige plekken blauw van de Gentianen, welke kleur nog versterkt wordt door de Grasklokjes, Duifkruid en Vogelwikke; hiertegen steekt het geel en oranje van Wond- en Hoornklaver en Herfstleeuwetand prachtig af. Voor purpertinten zorgen Aardvederdistel, Trosgamander, Thijm en Borstelkrans; en dit kleurig tapijt wordt nog doorspikkeld met de fijne witte bloempjes van Oogetroost en Purgeervlas. Hoe heerlijk kan men hier ademen in een frissche berglucht, geurig van Thijm en Marjolein, en genieten van het spel van zooveel fraaie vlinders en insecten die ook door dit alles worden aangetrokken. Dertig jaar geleden was het ook zoo op den Pietersberg, en thans, ach hoe weinig is er van die wilde pracht overgebleven!

Alleen in het allerzuidelijkste deel van den berg, en bij Eben-

Sluiten