Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eijmael hebben nog eenige hellingen met de karakteristieke flora stand gehouden' tegen de moderne werken voor kanalen, forten en industrie. Op voedzame plekken vindt men van Duitsche Gentiaan prachtplanten van 75 cm hoog, van onder af vertakt met wel 80 bloemen. Op zeer dorre plaatsen waren het slechts dwergjes van 5 cm met soms maar een enkel bloempje. Witte bloemen zijn zeer zeldzaam, maar deze zijn ook niet zoo fraai. Gentianen worden druk bezocht door honigbijen en hommels; er vormt zich veel kiemkrachtig zaad dat onder normale omstandigheden dadelijk ontkiemt; de kiemplanten overwinteren, en er kiemt ook een deel in het voorjaar. Oude zaden liggen soms 4 jaar eer ze opkomen. Als de temperatuur maar hoog genoeg is blijven de bloemen ook bij donker weer open.

Veldgentiaan (Gentiana campestris). Dit fraaie Gentiaantje heb ik het laatst gezien op de westhelling tegenover het kasteel Canne en op de krijthelling bij Glons. Het was de ondersoort eucampestris; in de duinen is het de ondersoort baltica. G. campestris heeft altijd 4’ germanica meestal 5 kroonslippen; daar men echter van de laatste ook vaak planten met vierslippige kroon vindt, is de vorm van de kelk het beste verschilkenmerk: bij campestris zijn de twee buitenste kelkbladen veel breeder dan de twee binnenste, die door de buitenste bijna geheel bedekt worden; bij germanica zijn ze alle gelijk.

Duizendguldekruid (Centaurium umbellatum) en Fraai Duizendguldekruid (C. pulchellum) komen op den berg weinig voor. Men moet echter in aamerking nemen, dat beide soorten het een jaar hier, het ander een eindje verder verschijnen. Misschien blijven de zaden in den grond wachten om te ontkiemen totdat het houtgewas gekapt wordt. Beide soorten zijn even fraai; daar de eerste ook dikwijls van even klein formaat is, op verschillende wijzen vertakt kan zijn, beide soorten soms bij elkaar groeien, en van Juli tot September bloeien, zijn zij dikwijls moeilijk te onderscheiden. Bij beide zijn de bloemen meestal helderrozerood, zelden wit.

Als men de alleronderste bladen nog zien kan, zijn deze bij de eerste rosetvormig gerangschikt, bij de tweede zitten alleen twee bladen tegenovergesteld; bij de eerste is de middelste der drie bij elkaar zittende bloemen ongesteeld, bij de tweede zijn alle bloemen duidelijk gesteeld. Ieder bloem opent en sluit zich periodiek, 5 tot 6 dagen achtereen; ze zijn gevoelig voor licht en warmte, ’s namiddags meer dan in de voormiddag. Zij bevatten geen honig, maar wel een zoet weefsel op den bodem der bloem, dat door veel insecten gezocht wordt, waardoor kruisbestuiving plaats heeft. De helmknoppen

Sluiten