Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

los te laten, of wel ze zijn te zwak om zich los te rukken en moeten dan sterven. De vrucht is een 5 tot 7 cm lange, aan den voet afgeronde, aan den top spitse doosvrucht, die aan de rugzijde openspringt en dan door de hygroscopische kromming der wanden de zaden naar buiten perst, netjes op de beurt vanaf de onderste in de rij tot die boven in den top. Ze zijn aan den top van een haarpluisje voorzien en worden door den wind verspreid.

Parelzaad (Lithospermum officinale). In ons land is dit een karakterplant van het bosch op krijt; daarbuiten ontbreekt ze hier. De spoelvormige wortel draagt aan het boveneinde korte winterknoppen, maar geen uitloopers. De stengels staan stijf rechtop en kunnen wel een meter hoog worden; in het bovenste derde deel zijn ze bezemvormig vertakt; aan de takjes zitten de groengeelachtige bloempjes — zooals bij de heele familie — in schroefvormige rijen. Daar men heel zelden insecten op de bloemen ziet, die trouwens weinig opvallen, en reukeloos zijn, zal dus wel zelfbestuiving plaats hebben. De vruchten ontwikkelen zich in den nazomer; van de 4 zaden mislukken er meestal 2 of 3. De zaden blijven nog maandelang, nadat loof en kelken uitgevallen zijn, aan de dorre stengeltakken zitten. Zij zijn glanzend parelgrijs en zeer hard en hebben tot allerlei namen aanleiding gegeven: Millet d’amour, Steinhirse enz. Men moet er zich niet over verwonderen, dat ze in den tijd der signatuurleer als middel tegen nier- en galsteenen gebruikt werden. De dorre stengels blijven ook als eindelijk het zaad is uitgevallen, nog rechtop staan totdat de nieuwe planten in Mei geheel uitgegroeid zijn; ze vormen op deze wijze een steun voor de nieuwe stengels totdat deze stevig genoeg geworden zijn.

Hondstong (Cynoglossum officinale). In de krijtzöne kan men deze plant op heel veel plaatsen langs wegen en hellingen aantreffen, maar op den Pietersberg is ze zeldzaam; buiten het krijtland komt ze in Limburg niet voor. Men vindt ze wel in Eben-Eijmael.

Slangekruid (Echium vulgare) komt het meest voor in de krijtzöne, daarbuiten ook adventief op allerlei terreinen bij graanmagazijnen, langs water- en spoorwegen. Toch groeit ze ook in ’t krijtland het liefst waar grind en zand op een rots of helling of op een muur liggen; in het zuiver zandgebied in de N.O.-hoek komt ze echter alleen adventief en zeer sporadisch voor en alleen eerst na de ontginning, vroeger nooit. Op den Pietersberg, vooral tegenover Visé, Hermalle en Hallambaye Haccourt vindt men ook planten met kleiner bloemkroon en ingesloten meeldraden (Wiersbickii). Bij uit-

Sluiten