Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vonden; de kleur der heele plant kan lichter of donkerder bruin zijn; in het buitenland zijn zwavelgele of ook sneeuwwitte exemplaren bekend. De oude bloemstengels kunnen nog een paar jaar verdord blijven staan. Op den Pietersberg komt het Vogelnestje nog slechts sporadisch voor op de helling vanaf het Nederlandsch douanekantoor tot Caestert en verder zuidwaarts. Het leeft hier in vergaan loof van verschillende loofboomen, beuken, hazelaars, eiken, berken, olmen enz. Als evenwel de loverlaag niet ieder jaar deels weggehaald wordt en zich te sterk ophoopt, kan deze orchidee er niet meer boven uitkomen; vandaar dat men haar na een paar jaar op een andere groeiplaats kan aantreffen, terwijl ze op de vroegere groeiplaats een paar jaar alleen ondergronds kan blijven voortleven.

sK

Zoowel door de zeer oude nederzetting de Lichtenberg als door het uit de 14e eeuw dateerende klooster Slavante zijn er al vele eeuwen lang kuituur planten op den St. Pietersberg geteeld zoowel in de tuinen als op de akkers. Velen daarvan hebben zich over den berg verspreid en verwilderd standgehouden.

Wijndruiven (Vitis vinifera). Waarschijnlijk dateert de druivenkuituur in onze streken reeds van de Romeinen. Het is bewezen, dat in de 16e en 17e eeuw in Zuid-Limburg en de provincie Luik wijndruiven op groote schaal gekweekt worden; meestal langs de warme zuidhellingen, niet alleen in het Maas- en Geuldal, maar zelfs tot Rimburg toe. Op het laatst der 17e eeuw moet deze kuituur al nagelaten zijn, doordat smakelijker wijnsoorten gemakkelijker uit het zuiden konden geïmporteerd worden. Op den Pietersberg heet een plaats bezuiden het stort van de E.N.C.I. „op den Wijngaard”. Tegenwoordig (en vroeger nog veel meer) vindt men op veel plaatsen wijndruiven uit zaad door mensch en dier versleept. Vitis vinifera is hier echter nooit inheemsch geweest, zooals men wel zou willen opmaken uit een notitie in Publicat. de la Soc. d’Archeol. dans le Duche de Limbourg T III 1866, waarin archivaris Habets schreef: „De Wilde Wingerd onzer bosschen levert ons het bewijs, dat de wijnstok tot den slag van gewassen behoort, welke aan onzen bodem niet vreemd zijn”.

Onze kultuurdruiven, ook reeds die van de Romeinen, zijn variëteiten en kruisingen van soorten, die oorspronkelijk in ZuidEuropa en Azië inheemsch waren. P 1 i n i u s noemde reeds 91 vor-

Sluiten