Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men. De echte Wilde Wijndruif is hoogstens inheemsch in ’t zuidelijk Rijndal, waar ze thans nog door enkele onder bescherming gestelde individuen vertegenwoordigd is. Behalve door de oneetbare vruchten verschilt ze ook nog van de kultuurdruiven door de vorm der pitten; deze zijn zij de wilde nl. gedrongen rondachtig en ongesnaveld; ook de fijnere details verschillen. Misschien heeft Vitis vinifera wel hier in vroeger tijden geleefd, toen hier een warmer klimaat heerschte; de fossiele resten in de klei te Tegelen rekent men als waarschijnlijk hier toe te behooren, terwijl de vondsten in bruinkool in Noord-Duitschland meer op de Amerikaansche V. cordifolia betrekking zouden hebben.

Huttentut (Camelina sativa). Meestal werden de struikjes in rijen geplant aan den rand van den akker met andere groenten. Het zaad werd naar de oliemolen gebracht meestal gemengd met raapzaad; de overgebleven struiken werden als bezems gebruikt.

Aardperen (Helianthus tuberosus) werden kort na 1600 uit Canada naar Frankrijk en van hier door H o n d i u s naar Zeeland ingevoerd; ook in Zuid-Limburg dateert de kuituur („peren onder de eerd”) reeds van ± 1700; na de invoering der aardappels (± 1800) werden ze alleen nog voor veevoeder en ter bereiding van stroop gekweekt. Te Maastricht noemde men ze „topinambours”.

Meekrap (Rubia tinctorum) werd nog tot ± 1830 op den Pietersberg gekweekt wegens de fraaie, bestendige kleurstof in de wortelstok. Na 1860 werd ze verdrongen door het synthetische Alizarine.

Weede (Isatis tinctoria) schijnt reeds vóór 1800 niet meer gekweekt te zijn. Deze blauwe kleurstof werd verdrongen door indigo, welke thans op haar beurt door het synthetisch Indanthren beconcurreerd wordt.

Wouw (Reseda luteola) moet ook tot ± 1830 op armoedige grond op den berg in kuituur geweest zijn voor de gele kleurstof. In het heele krijtland is het thans nog een vrij algemeene plant, die misschien oorspronkelijk uit kuituur afkomstig is.

Esparcette (Onobrychis viciifolia) werd vroeger veel meer dan thans vooral op het Belgisch gedeelte in steenige grond als veevoeder gekweekt. Dit is de vorm sativa; op sommige plaatsen elders in het krijtdistrict wordt ze ook nog gekweekt en verwilderd dan in de nabijheid der akkers. Op dorre plekken lijkt ze dan soms op de vorm arenaria, die o.a. in de Alpen inheemsch is op droge kalkgronden; de wilde plant is echter veel dichter wit behaard en heeft kleiner bladen, bloemen en vruchten.

Sluiten