Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alleen aan vrijstaande struiken voldoende te zien is) en het aantal stijlen, verschillen de twee soorten ook nog door de bladen; bij de Tweestijlige hebben de volwassen bladen een wigvormige, bij de Eénstijlige een afgeronde tot horizontale basis; bij de Tweestijlige zijn de bladen ook minder diep ingesneden. De Tweestijlige bloeit ± 14 dagen vroeger en heeft dikker vruchten met twee steenkernen. In de meeste oude Meidoornhagen vindt men ook kruisingen, zoowel intermediaire als struiken die meer op de een of op de ander der ouders gelijken. Deze dragen steeds bloemen met één en met twee stijlen en later vruchten met één of twee steenkernen op dezelfde struik. Ook kunnen de stijlen vanaan hun voet of ook naar hun top toe vergroeid zijn en de steenkernen ongelijk zijn.

* * *

Als adventiefplanten, die in den laatsten tijd bijna ieder jaar worden aangevoerd met kippevoer, gras- of groentezaden en granen, en die deels eenige jaren standhouden of zich zelfs uitbreiden, noemen wij alleen: Centaurea calcitrapa en solstitialis, Helminthia echioïdes, Silene dichotoma, Melandryum album, M. noctiflorum, Anagallis coerulea, Barbarea intermedia, Phalaris canariensis, Pulicaria vulgaris, Calepina irregularis, Lathyrus Nissolia, Datura Stramonium, Matricaria disco'idea, Chenopodium stramoniifolium, Lathyrus tuberosus, Geranium pyrenaicum, Salvia verticïllata en pratensis, Corydalis lutea (Villa „De Torentjes”), Vaccaria parviflora, Amaranthus lividus en retroflexus, Berteroa incana, Sisymbrium altissimum, oriëntale, Wolgense, Loeselii, Eruca sativa, Neslea paniculata, Bunias orientalis, Lepidum virginicum densiflorum, graminifolium, perfoliatum, Repistrum perenne, R. rugosum, Erysimum repandum en oriëntale, Cochlearia Armoracia, Malva borealis, M. crispa, Hibiscus Trionum, Acer pseudoplat anus, A. campestre, A. platanoïdes, Euphorbia Lathyris, Ribes rubrum, Prunus padus, Medicago sativa, M. falcata, Melilotus officinalis, M. altissimus, M. albus, M. indicus, Hyoscyamus niger, Solanum nigrum, S. luteum, S. nitidibaccatum, Lappula patula, Phacelia tanacetifolia, Mentha spicata var. crispata, Ligustrum vul gare, Galium tricorne, Erigeron canadensis, Anthemis Cotula, Senecio viscosus, S. silvaticus, Silybum marianum, Onopordon Acanthium, Lactuca Serriola, Chrysanthemum Parthenium, hiervan ook de kultuurvormen met uitsluitend straalbloemen of uitsluitend buisbloemen en met geel loof.

Sluiten