Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfs historische en phylogenetische, n.1. als men tracht samen te vatten wat van gelijke herkomst en afstamming is.

Wanneer in een betrekkelijk klein gebied als Nederland een verdeeling in plantengeografische districten wordt doorgevoerd, zooals Ir. van Soest dat in navolging van de

WESTHELLING VAN DEN ST. PIETERSBERG MET UITZICHT OVER HET JEKERDAL.

Belgen Crépin en Massart heeft gedaan, dan geschiedt dat naar floristische scheidingslijnen. Door het vergelijken van verspreidingskaartjes van Nederland blijkt, dat verscheidene soorten niet over het heele land, maar alleen in bepaalde streken voorkomen en andere gedeelten vermijden. Waar zulke verspreidingslijnen van een aantal soorten samenvallen, wordt dan de grens van een phytogeografisch district gelegd.

Binnen Nederland zullen dergelijke grenslijnen niet in de eerste plaats bepaald worden door verschillen in klimaat, maar meestal door de bodemgesteldheid of nog andere oorzaken.

Zuid-Limburg behoort eensdeels tot het Krijt district, anderdeels tot het Lössdistrict, met langs de Maas nog een smalle strook van het Fluviatiele district.

De St. Pietersberg heeft alvast de bijzonderheid te liggén op de grens van drie plantengeografische districten.

Speciaal voor Nederland is nog een andere indeeling van de vegetatie toe te passen, n.1. naar de herkomst.

Dat deze wijze van groepeeren in het bijzonder voor onze streken beteekenis heeft, berust daarop, dat de geheele Nederlandsche wilde flora na den ijstijd, dus in het jongste geologisch verleden van elders hierheen geïmmigreerd moet zijn. In den laatsten ijstijd heeft weliswaar de ijsbedekking ons land niet bereikt, maar toch is de geheele vegetatie vernietigd en vervangen door een armelijke toendraflora.

Bij het geleidelijk, of ook wel schoksgewijs en schommelend

Sluiten