Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

land een duidelijke preferentie voor droge en warme grazige hellingen zonder boomgroei.

Verderop in Midden-Europa en nog verder naar het Oosten en Zuiden zijn hun associaties veel rijker ontwikkeld en scherper gedifferentieerd en maken deel uit van de met recht „steppenheide” genoemde formaties.

De tot in onze streken doordringende soorten zijn natuurlijk de minder extreem aangepaste, maar ook deze kunnen niet van hun ver in het Zuid-Oosten liggende refugiën naar hier zijn gekomen, zoo lang als de omstandigheden van klimaat en vegetatie in het tusschenliggende gebied waren als tegenwoordig.

IVlet bosch bedekte streken zijn voor deze planten evenzoo ontoegankelijk als moeras en veen. Ze moeten hebben beschikt over ononderbroken boschvrije landstreken als invasie-banen.

Het best kunnen daarvoor gediend hebben de Zuidhellingen van Oost-West verloopende heuvelketens en Middelgebergten en vooral de steile hellingen van rivierdalen, zooals die van Donau en Main.

Men kan over de geheele breedte van Midden-Europa in het landschap zulke hellingen aanwijzen, waarlangs deze continentale planten uit hun Zuid-Oostelijke herkomst-land hierheen getrokken kunnen zijn. Inderdaad vindt men de invasielijnen gemarkeerd door de merkwaardige vegetaties der steppenheide-planten, sedert lang reeds onderscheiden als xerotherme associaties of „Flora der sonnigen Hügel” of pontisch-pannonische Flora-element en dergelijké meer of minder scherp gedefinieerde benamingen. Die vegetaties zijn echter in het tegenwoordige plantenkleed streng gelocaliseerd op enkele bijzonder gunstige plekken, extra-droge kalk of gipshellingen, ingesloten door groote uitgestrektheden, waar ze totaal ontbreken, uitgestrektheden bedekt met bosch, of met bouwland, dat sedert eeuwen het bosch verving.

JUNIPERUS EN VTNGETOXICTJM OP PLATEAUTJE BIJ DE ROODE HAAN.

Sluiten