Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar het Noorden door Frankrijk en België tot ons zijn gekomen.

Van het keurtroepje der kostbaarste Pietersberg-zeldzaamheden is de Engbloem (Vincetoxicum officinale) met recht een Oostelijke soort te noemen; die wordt door Gradmann zelfs voor zijn Zuid-Duitsche „Steppenheide” als continentaal element beschouwd.

Ook het Zonneroosje (Helianthemum), de Echte Gamander (Teucrium Chamaedrys) en de Melige Toorts (Verbascum Lychnitis), alle drie hoofdfiguren, die met den St. Pietersberg staan of vallen voor ons land, zijn continentale soorten.

Dat geldt ook nog voor het prachtige sieraad van den berg: het Perzikbladig Klokje en wel in tegenstelling met de verwante, echt Limburgsche Campanula Rapunculus, die eer Westelijk dan Oostelijk zou kunnen heeten.

Een dergelijk contrast treft ons bij verschillende andere soortenparen uit één geslacht, die hier samen te vinden zijn.

De Gekuifde Vleugeltjesbloem (Polygala comosa) is een continentale soort uit de Steppenheideformatie, maar groeit merkwaardigerwijze op den St. Pietersberg samen met de liggende soort (P. serpyllacea), die geldt als typisch voorbeeld voor Atlantische verspreiding.

Lathyrus silvestris is Zuidoostelijk, L. montanus meer Zuidwestelijk.

Gentiana germanica is een Midden-Europeesche Steppenheideplant, G. campestris een zuiver Westelijke (Atlantische) soort.

Van de drie zeldzame Veronica’s van onzen berg is V. montana een Zuidelijke, zeker niet Oostelijke, boschplant, V. praecox hoort tot in Oost-Europa thuis, V. triphyllos gaat zelfs tot ver in Azië, maar is hier boven wellicht slechts akkeronkruid.

De Groote Bremraap (Orobanche Rapum-Genistae) en de Klimopbremraap (Or. Hederae), die alleen een keer van den Pietersberg vermeld werd, behooren beide tot het Zuid-Atlantische element, de andere gewonere soorten gaan veel verder Oostwaarts.

De interessante bleeke Kraagroos (Rosa agrestis) is een conti-

PERZIKBLADIG KLOKJE.

Sluiten