Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN HET VOETVEER BIJ GRONSVELD.

Klissen, Zuring, Akkerdistels en de zulken hebben de plaatsen ingenomen van Orchideeën, Zonneroosjes en Gamander. Met den loop der jaren zullen die indringers op hun beurt wel weer verdwijnen, als men het kreupelhout gelegenheid geeft die plekken te overgroeien. Maar daarmee krijgt men de mooie steppenheideplanten nog

niet weer terug.

Het zal noodig zijn daarvoor hier en daar geschikte strooken in het kreupelbosch op de tufkrijthelling vrij te hakken en open te houden op zulk een wijze, dat ze niet met de banale onkruidflora van de ruigten worden besmet.

Dat we ons daarvoor dus ten behoeve van natuurbescherming eenig kunstmatig ingrijpen in het natuurgebeuren moeten getroosten, is niet zoo bedenkelijk. Geheel onaangeroerde oernatuur is er toch nergens meer in onze streek. Zelfs de schilderachtig aandoende loodrechte witte wand met zwarte vuursteenbanden onderaan de helling^ bij de grens is immers eens kunstmatig afgestoken ten behoeve van kanaal en weg.

De immigratie uit het Zuiden van de continentale plantensoorten is intusschen ook wel zeer bemoeilijkt, doordat de werken voor het Albert-Kanaal een groote onderbreking van den intochtsweg veroorzaakt hebben. Toch is die afstand voor de meeste zaden vast niet onoverkomelijk, zoodat we met goede gronden zouden mogen hopen, dat een grootsch opgezette en zorgvuldig geleide poging tot stichting van een reservaat op het laatste stukje binnen Nederland zou voeren tot herstel van de oude glorie van onzen eens zoo beroemden en geliefden St. Pietersberg.

Sluiten