Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„cavernicole beteekenis”. Ook de St. Pietersberg en alle Limburgsche mergelgrotten zijn bevolkt met allerlei „cavernicolen”, zooals de bioloog deze minnaars van de duisternis noemt.

ReedsDr. Ed. Everts heeft in zijn standaardwerk „Coleoptera Neerlandica”, dat vanaf 1898 verscheen, bij eenige kevers op hun voorkomen in de grotten van Limburg gewezen bijv. bij den loopkever Laemostenus subcyaneus, dien men nu Aechmites terricola terricola noemt (afb. 1). In hetzelfde jaar heeft R. T. M a i t1 a n d ons op zeldzame soorten van vleermuizen in onze grotten opmerkzaam gemaakt. (Notices sur les animaux rares

aes rays-iJas et de la Belgique flamande. Mammifères. La Haye, 1898, blz. 7—12). Ja, zelfs het eerste dier, dat er uit onze grotten in de zoölogische wereld bekend geworden is, Schijnt een parasiet van een vleermuis te zijn geweest, Penicillidia Dufouri Westw., een ongevleugelde vlieg, uit de familie der Nycteribiidae (vleermuisvliegen). De Belg F. Plateau heeft reeds in 1873 deze vondst beschreven onder den naam Nycteribia Frauenfeldi (Buil. Acad. royale Belg. (2) Vol. 36blz. 332). Maar de soort is sindsdien niet bij ons teruggevonden en ook in de „Nieuwe Naamlijst van Nederlandsche Diptera” niet opgenomen, ofschoon het dier uit de grotten van Maastricht (M. C. U b a g h s) afkomstig was, zooals Plateau uitdrukkelijk zegt.

De cavernicolen van Maastricht en omgeving zijn eigenlijk eerst

Afb. 1. AECHMITES TERRICOLA, EEN TROGLOPHILE LOOPKEVER.

Sluiten