Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anders zijn. Het is, wat men schertsend wel het „tegendeel van een spin” zou kunnen noemen, een... vlieg! Een vlieg zonder vleugels, met een zeer kleinen, langwerpigen kop, welken zij naar achteren kan omklappen en op den rug leggen, zonder oogen en met merkwaardig groote klauwen aan alle pooten. Zij legt geen eieren, maar brengt volwassen larven ter wereld, welke zich direct verpoppen. Haar gewoonten en wijze van voortplanten zijn aan de geheele familie der Nycteribiidae (vleermuisvliegen), waarvan men in Nederland slechts vier soorten aantreft, eigen. Zij leven allen uitsluitend op vleermuizen; N. Latreillei treft men, althans in onze grotten, het meeste op Myotis Daubentonii en slechts af en toe op M. emarginatus, mystacinus, dasycneme en nooit op de Hoefijzerneuzen aan.

Zeer interessant zijn ook de vlooien van de vleermuizen. Toen ik dertig jaren geleden de eerste door mij gevangen vleermuisvlooien aan Dr. A. C. Oudemans te Arnhem stuurde, heeft deze bekende geleerde daarover verschillende belangrijke verhandelingen gepubliceerd, waaruit ik het volgende aanhaal uit het Tijdschrift voor

Entomologie, LI, 1908, blz. 89 e.v.:

„Een entomologisch raadsel: Welke insecten hebben een in tweeën verdeelden kop? Het antwoord hierop luidt: eenige vlooien! De meeste vlooien hebben gewone, onverdeelde koppen, zooals het een fatsoenlijk insect betaamt... Maar er zijn vlooien (Ischnopsyllidae, vleermuisvlooien)

die een kop hebben, welke Afb 3 voorstuk van een ischnopsyllus, letterlijk in tweeën ver- een vleermuisvloo.

deeld is, namelijk in een tweede } gedeelte van de kop.

voorkop en een achterkop b eerste borstring.

(afb. 3). De twee deelen

zijn zelfs beweeglijk ten opzichte van elkander! Die beweeglijkheid is niet groot, bestaat hierin, dat zij niet alleen een weinig zijdelings, maar ook een weinig op en neer kan geschieden, en wel om een gewrichtsknobbel, die zich ongeveer in het centrum van den kop

Sluiten