Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is het wel zoo, dat zij buiten niet lang kan standhouden en zoodoende vanzelf uit een omgeving verdwijnt, wanneer het haar niet gelukt om ter plaatse in natuurlijke of kunstmatige grotten een veilig onderkomen te vinden.

Onze meest algemeene cavernicole Helomyzide is Helomyza serrata, die volgens L e r u t h gewoonlijk haar ontwikkeling buiten de grotten doormaakt, maar, aangetrokken door de vochtige atmosfeer, iederen zomer bij massa’s in de grotten binnentrekt. Bij laboratoriumproeven blijkt zij positief phototaktisch te zijn, zoodat het niet de duisternis kan zijn, waarom zij de grotten opzoekt. Vele individuen moeten hun bezoek aan de grotten met hun leven bekoopen; want daarbinnen loeren er talrijke vijanden op hen, zoowel uit het

uicicii- ais uu net plantenrijk. De dierlijke vijanden zijn allerlei spinnen, de plantaardige verschillende soorten hoogere of lagere zwammen. Spinnen komen in onze grotten veel voor en in hun webben vindt men het meeste Helomyza serrata! Afb. 4 toont ons de zoowel bij ons als in zeer vele andere Europeesche grotten algemeen voorkomen¬

de spin rneia menarai. Afb. 4. meta menardi,

Van de zwammen wil een troglophile grotspin.

ik slechts een merkwaardige Ascomyceet noemen, welke tot nu toe, behalve uit Maastricht alleen uit de Fransche grotten van Rouaan en Elbeuf wordt opgegeven: Stilbella Kervillei (Afb, 5). De buitengewoon kleine sporen van deze zwam kunnen vliegen zeer gemakkelijk infecteeren; het uit de sporen zich ontwikkelende mycelium trekt door het lichaam van de v^eg, zoodat deze sterft, en tenslotte ziet men de vruchtlichamen als witte miniatuur-paddestoelen te voorschijn komen. Destijds werden in het exsiccatenwerk van Dr. Rehm te München Maastrichter exemplaren hiervan opgenomen.

Wat de vliegen betreft spelen in de grotten naast de Helomyziden en Borboriden ook de Culiciden, Fungivoriden, Tipuliden en

Sluiten