Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volgens den Italiaan Bezzi en anderen is het een vanzelfsprekend gevolg van de aanpassing aan het grottenleven, dat de invloed der jaargetijden zich bij de voortplanting en ontwikkeling der troglobionte Cavernicolen niet kan doen gelden. Het periodiek verschijnen van de larven, poppen en imago is bij hen weggevallen, zoodat men deze ontwikkelingsstadia gedurende het geheele jaar naast elkandei kan vinden. Ook in dit opzicht gelijkt Speolepta op de Troglobionten. Men vindt kleine en groote larven, poppen en imago in alle vier jaargetijden. Bijzonderheden hierover kan men verder vinden in mijn verhandeling: Biologisch-anatomische onderzoekingen betreffende een grottenbewonende Mycetophilidenlarve, Jaarboek Natuurhist. Genootschap Maastricht, 1912.

Wanneer ik een bezoeker van mijn laboratorium iets wil laten zien, waarvan ik zeker ben, dat het een ieder tot natuurbewondering brengt, dan doe ik een levende Speolepta-larve in een druppel water onder den microscoop. Zij kan zich onder water niet voortbewegen, omdat zij daar niet kan spinnen, maar strekt zich in de lengte uit en ligt volkomen stil onder het dekglas. Men kan, behalve in den kop, alle inwendige organen van het lichaam en hun werkingen prachtig mooi zien alsof het geheel uit kristalhelder glas was opgebouwd! Men ziet heel goed de groote, tweelobbige hersenen, welke wonderbaarlijkerwijze geheel buiten den kop in den eersten borstring liggen; men ziet boven de hersenen twee raadselachtige, rudimentaire oogen; het weggekwijnde, met lucht gevulde tracheënsysteem; de sterk ontwikkelde speekselklieren, welke de spinstof leveren; men ziet het in de beide aanhangsels van den middeldarm heen en weerstroomende geelachtige maagsap; de zich in- en uitstulpende Proventriculus, het onder den rug kloppende hart en nog veel meer. Het vetweefsel, dat anders bij larven met doorzichtige huid bijna alle er onder gelegen organen bedekt, is bij Sp. leptogaster slechts in geringe mate aanwezig. De leek krijgt er nauwelijks genoeg van om te genieten van dezen buitengewonen blik in de geheimen der natuur en de natuuronderzoeker moet op tallooze vragen een antwoord geven.

Wij loopen verder door de grot en komen in een gang, waarin op regelmatige rijen bleeke planten in den zandigen bodem staan. Een kweekbed van cichorei of Brusselsch loof! Dat is van geen belang voor het doel dat wij beoogen, denken wij, en wij hebben gelijk als het een pas aangelegd kweekbed betreft. Maar anders wordt het met de oude, leeggeplukte en verlaten bedden met hun verrottende

Sluiten