Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

muis het tegen den door de staarthuid gevormden zak (uropatagium), om het in een geschiktere houding te brengen. De snijtanden zijn ook venijnig scherp en degene, die een vleermuis niet oordeelkundig vast pakt, zal met dit wapen kennis maken en een flink-bloedende wond kunnen krijgen, wanneer hij één der grootere soorten te pakken heeft.

Het grootst aantal tanden en kiezen bij onze inheemsche vleermuizen bedraagt 38 (Myotis). Eveneens komen soorten voor met 36 (Plecotus), 34 (Barbastella, Nyctalus, Pipistrellus) of 32 elementen (Eptesicus en Rhinolophus). Het is mogelijk de vleermuissoorten op het gebit te determineeren, maar ik vermoed, dat de lezer daar voorloopig nog niet aan begint. Zou hij dat willen, dan hoeft hij slechts het mooie boek „De Nederlandsche Zoogdieren” van Dr. E y k m a n op te slaan, om zijn hart op te halen. In verband met de krachtige ontwikkeling van het gebit zijn ook de kauwspieren sterk ontwikkeld, terwijl de mondspleet zeer breed is, wat voor het vangen van insecten tijdens de vlucht van veel beteekenis is. Niet gemakkelijk hapt nu het dier mis en om te voorkomen, dat de prooi bij de snelle voortbeweging in het verkeerde keelgat, dus in de luchtpijp, schiet, vinden we bij die soorten, waarbij dit mogelijk zou zijn, op de tong naar voren gekromde verhevenheden, die het te ver doorschieten verhinderen. Is de luchtpijptoegang van de mondholte afgesloten, zooals bij de Bladneuzen (Rhinolophidae), dan ontbreken deze naar voren gekromde papillen.

Het voedsel bestaat uit insecten en de vleermuizen zijn in dit opzicht weinig kieskeurig, hoewel toch bepaalde, schijnbaar slecht smakende soorten worden geweigerd, zooals bijvoorbeeld de oliekever. Groote hoeveelheden worden door haar gevangen en, voor zoover de harde chitinedeelen dit toelaten, verteerd. Het vliegen is een voortbewegingswijze, die veel energie eischt, terwijl de snelle voortbeweging, in de vaak koele a^ond- of nachturen het lichaam veel warmte doet verliezen. Het is dan ook geen wonder, dat deze dieren groote hoeveelheden voedsel opnemen, waardoor natuurlijk de hoeveelheid faecaliën ook groot is. Op pla£ tsen, waar vleermuizen zich in grooten getale ophouden, vormen zich onder haar verzamelplaatsen bergen guano, die bij onderzoek tal van onverteerde resten blijken te bevatten, die ons een antwoord kunnen geven op de vraag, welke insecten als slachtoffer zijn gevallen van de vraatzuchtigheid der vleermuizen. Zoo vond ik in den St. Pietersberg een berg mest van Vale Vleermuizen (Myotis myotis), waarvan de volgende foto U een indruk kan geven. Hoewel het microscopisch onderzoek van deze

Sluiten