Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een miniatuurvijvertje deden ontstaan. De vele vleermuisuitwerpselen rondom dit vijvertje en langs den weg tusschen de verblijfplaats en den drup, deden zien, dat de dieren veelvuldig bij het waterbekken kwamen.

Tegen den avond komen de vleermuizen te voorschijn om op zoek te gaan naar haar voedsel. De tijd, waarop ze verschijnen, wisselt met de soort en de weersgesteldheid, die invloed heeft op het aantal vliegende insecten. In insectenrijke perioden verschijnen de vleermuizen later, dan in insecten-arme tijden. De z.g. smalvleugeligen komen eerder te voorschijn, dan de breedvleugeligen. De namen Vroegvlieger (Nyctalus noctula) en Laatvlieger (Eptesicus serotinus) wij¬

zen reeds op het verschil in uitvliegen. Ook de duur van de nachtelijke vluchten hangt af van de hoeveelheid voedsel. Na haar vangtochten keeren de dieren in hun schuilplaatsen terug voor hun dagslaap. De plaatsen in den St. Pietersberg zijn in dit opzicht zeer geschikt, daar de meeste gangen zeer rustig en donker zijn, twee eischen, waaraan de slaapplaatsen moeten voldoen, terwijl de temperatuur en vochtigheid eveneens geschikt zijn. Wel valt het aantal vleermuizen, dat de bezoeker ’s zomers in dezen berg zal aantreffen, tégen, vermoedelijk, omdat dan warmer slaapplaatsen buiten de grotten te vinden zijn en omdat zeker vele vleermuizen, die ’s winters aan te treffen zijn in den berg, ’s zomers wegtrekken. Pas in den afgeloopen winter werden in den St. Pietersberg meerdere vleermuizen bijeen gevonden in dagslaap, wat in buitenlandsche grotten herhaaldelijk is waargenomen.

De gewone slaaphouding is die, waarbij de dieren aan hun achterpooten hangen, den kop naar beneden. Door de reeds genoemde versperringsinrichting kost het den dieren zoo goed als geen energie in een dergelijke houding, gedurende langen tijd, te volharden. De vlieghuid wordt bij de Bladneuzen (Rhinolophidae) om het lichaam geslagen als een mantel, zoodat van het eigenlijke lichaam zoo goed als niets te zien is. Het dier lijkt wel een mossel, hangende aan twee draadjes. Een luchtlaag blijft als een isoleerend medium tegen de

KLEINE HOEFUZERNEUS in slaaptoestand.

Sluiten