Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te treffen, meestal vrij hangend aan het dak, of aan een uitstekend stukje mergel. Nooit gedrukt tegen den wand of verscholen in nisjes. Vooral de Groote Hoefijzerneus grijpt zich stevig vast met de vrij groote klauwen in de mergel en is vaak moeilijk van den wand los te maken. Van September tot midden April, begin Mei zijn deze twee in de grotten te vinden. De Kleine in grooten getale, meestal eenige bij elkaar, maar dan toch door eenigen afstand gescheiden. De Groote hoorde tot voor een jaar tot de zeer zeldzame verschijningen in onze grotten, maar afgeloopen winter vertoonden ze zich betrekkelijk veel, zelfs in troepjes bijeen. Merkwaardig was zeker ook het feit, dat aangetroffen werd een groepje van 25 vleermuizen, bestaande uit 17 Vale Vleermuizen

en 8 Groote Hoefijzemeuzen. Opvallend was ook een voortdurende verplaatsing van deze dieren in Februari waargenomen, zonder dat verontrusting hierbij een rol speelde.

In het algemeen schijnen onze vleermuizen in het voorjaar op te schuiven in de richting der uitgangen.

De meest algemeen voorkomende soort is wel de Vale Vleermuis. Deze soort is te vinden in hooge gangen en dan meestal ook meerdere bijeen in eenzelfde gang, zonder dat er contact bestaat tusschen de verschillende exemplaren, al hebben we wel 2 of 3 exemplaren tegen elkaar hangend gevonden. In de kraamkamer vond ik, zooals reeds medegedeeld is, honderden exemplaren vlak bijéén. Het dier valt door zijn grootte direct op. De oogen zijn voor een vleermuis groot en mooi zwart. Verborgen in holten en spleten wordt deze soort ook vaak aangetroffen. Niet voor November is dit dier in winterslaap aan te treffen.

GROOTOORVLEERMUIS IN WINTERSLAAP.

(het oordeksel, evenals het onder de vleugel opgenwnen oor zijn duidelijk zichtbaar; het dier hangt in een holte van een betonwand).

Sluiten