Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door een stuk van het gesteente boven het plafond van het gat en begrensd door een gebogen, ongeveer parabolisch gevormd oppervlak, dat als een gewelf boven het plafond staat. Onafhankelijk van R i 11 e r ver¬

richte Grog er reeds in 1881 metingen bij den bouw van een tunnel, waardoor men eenig nader inzicht in de optredende krachten aan boven-, zij- en onderkant verkreeg. Verschillende andere onderzoekers hebben zich met het vraagstuk der gesteentedruk bezig gehouden; ook in de negentiger jaren verrichte metingen betreffende den druk, welke graanmassa’s in rust en in uitstroomende beweging, uitoefenen op den bodem van silo’s, staan met dit vraagstuk in direct verband. De Zwitsersche geoloog H e i m heeft (1878) aan de werking van steenmassa’s op groote diepte een hydrostatisch karakter toegeschreven, waarop hij in 1905, tijdens den bouw van den Simplontunnel terugkwam, bij welk werk men met bedekkende lagen van 2000 m te doen had. Door anderen is zijn theorie bestreden, o.a. door W a g n e r, op grond van ervaringen, welke B r a n d a u bij den bouw van den Simplontunnel heeft opgedaan. Door v o n Willmann (1911) is de theorie opgesteld, welke voor de verschillende strijdvragen over dit onderwerp een aannemelijke verklaring kon geven. Hij komt tenslotte tot de gevolgtrekking, en dit is hetgene, wat ons hier interesseert, dat zich rondom een rechthoekige opening midden in een gebergte een spanningsloos gebied bevindt, dat zoowel aan de bovenzijde als aan de onderzijde door parabolisch gevormde vlakken wordt begrensd. Deze gebieden zijn breeder naarmate men met een zachter gesteente te doen heeft. Deze theorie is door Kommerell (1912) overgenomen en aan de hand van op tunnelconstructies toegepaste berekeningen, daarvoor nader uitgewerkt. Wil men op dit gebied voor deze theorie bevestigende waarnemingen doen, dan moet men natuurlijk over ’n theoretisch gelijkmatig gesteente beschikken; ’t merkwaardige van den St. Pietersberg is nu, dat we daar omstandigheden aantreffen, welke nagenoeg aan dezen eisch voldoen.

Reeds Heim en von Willmann hadden op de overeeri-

BREUKVLAKKEN BIJ CEMENTBLOKJES op een rij gefotografeerd, ter vergelijking met de breukvlakken in mergelgangen.

Sluiten