Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALBERT-KANAAL IN HET MAASDAL.

Op den achtergrond links de insnijding door den St. Pietersberg, in het midden de sluis van Lixhe en in de verte de schoorsteenen van de E.N.C.I.

komst gewezen, welke ondergronds uitbrekende steenbrokken vertoonden met het uitspringen van stukken bij proef blokjes in een drukmachine. In „Die Bautechnik” 1932, Heft 50, heb ik de directe overeenkomst aangetoond, welke er tusschen vele breukvlakken in den St. Pietersberg en de theoretisch te berekenen breukvlakken van dergelijke proefblokjes, bestaat (de eigenaardige breukvlakken onder 450). In genoemde publicatie heb ik ook uiteengezet, hoe tijdens den tunnelbouw op bepaalde plaatsen door mij drukverschijnselen werden waargenomen, welke op een bestaan van ontlastgewelven in het gesteente wezen. Dat dergelijke gewelven inderdaad het geheele instortingsgebied zouden overspannen (een paar honderd meter), lijkt niet waarschijnlijk bij de geringe hoogte van den berg. Thans zie ik een aanvullende verklaring daarin, dat we het groote instortingsgebied van den St. Pietersberg kunnen opvatten als een natuurlijke bevestiging van de theorie van von Willmann. Zoolang geen storende invloeden optreden, blijven de rechthoekige kolommen, met hun spanningslooze gedeelten rondom, onbeschadigd; zoodra men er echter uitwendige krachten op laat inwerken, en dit heeft bij de ontploffingen, welke de Fransche militairen hebben teweeggebracht, op grooten schaal plaats gehad, vallen de spanningslooze gedeelten af en ontstaat het instortingsbeeld, zooals dit bijv. op blz. 61 en 66 is weergegeven. Dit verklaart dan tevens de

Sluiten