Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noodige voorzichtigheid en voorzorgsmaatregelen, is het gevaar van verdwalen zeker te vermijden; mits men zich niet begeeft in gedeelten, welke reeds ingestort of klaarblijkelijk bouwvallig zijn, is ook gevaar voor ongelukken zoo goed als buitengesloten.

Heeft men er belangstelling voor en geeft men zich eenmaal over aan de lust om den geheimzinnigen doolhof te verkennen, dan wordt de grot als een sirene, aan wier roep men geen weerstand meer kan bieden. Zelfs bekend geworden en veel bezochte plaatsen houden toch altijd weer dezelfde aantrekkelijkheid en het gebeurt niet zelden dat men daar nog weer eigenaardigheden of bijzonderheden ontdekt, die de berg als ’t ware geheimzinnig voor ons verborgen trachtte te houden! Wanneer ergens, dan geeft de St. Pietersberg volop gelegenheid om dien lust tot verkenning onbeperkt bot te vieren, want hier raakt zelfs de goede bergkenner niet gauw uitgepraat. Dagen lang kan men er dwalen en ieder gedeelte spreekt weer zijn eigen taal. Het is ook een zelfs aan nieuwelingen op exploratiegebied opvallende bijzonderheid, hoe snel of de tijd onder den grond voorbijgaat; dit zal wel voortkomen uit de geringe vermoeienis, welke zich doet gelden in deze steeds aangename en frissche atmosfeer.

In het noordelijk gangencomplex zijn het de vroegere bewoning der gangen in 1794 en de fantastische chaotische wonderwereld van de instortingsgordel, welke tot ons spreken, in het middencomplex de duizende namen en oude, zeldzame opschriften en in het zuiden de ondergrondsche smokkel weg met zijn haast ongenaakbare spelonken, het grillige aardpijpengebied, met zijn ontelbare aard- en grindstortingen en tenslotte niet het minst de oneindige, hooge gangenreeksen, welke ons imponeeren. Sommige gedeelten doen zoo fantastisch aan, dat ze als ’t ware de woning zouden kunnen zijn van een geheimzinnigen berggeest! De meerendeels hooge gangen met de enorme zuilen wekken op enkele punten gedachten op aan de tempels van Thebe. Lange, recht doorloopende gangen bieden, vooral in het zuidelijk gedeelte, waar de kolommen op schuin afgewerkte en ruw behakte voeten staan, prachtige perspectieven, welke zich, zelfs bij belichting met felle schijnwerpers, in verre duisternis verliezen. De fantasie heeft vroegere enthousiaste bergloopers verleid hun indrukken in welgekozen namen op de wanden te schrijven. Zoo lezen we in het noorden de Bayert, het Vossehol, het Schavot, in het zuiden Flat Iron, Gothisch gedeelte enz.; Vleermuizengang, Vleermuizendrup, in het Liggend Haasje, duiden op vondsten van levende of doode dieren.

Sluiten