Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE DUIVEL IN DEN ST. PIETERSBERG.

Volgens het volksgeloof speelt de duivel in de onderaardsche gangen van den St. Pietersberg een voorname rol. Reeds B o r y de St. Vincent heeft in zijn bijzonder interessant boek „Voyage souterrain ou description du Plateau de Saint Pierre et ses vastes Cryptes” in 1821 daarover iets opgemerkt:

„L’idée du diable se mêla de tout temps a celle de ténèbres, et partout oü 1’on trouve de vastes souterrains le vulguaire voit ordinairement la demeure d’esprits internaux, dont pour lui les grottes profondes avoisinent 1’empire; aussi le diable joue-t-il un röle considérable dans les carrières de Maestricht, et ses portraits s’y trouvent, en plus d’un endroit, dessinés d’après 1’idée que s’en forma chaque barbouilleur. Dans un lieu appelé 1’Enfer, particulièrement, lieu situé dans le fond d’un antre reculé, Satan, tenant sa cour, parait environné d’une immensité de figures fantastiques, dont quelquesunes ne sont pas sans originalité; c’est dans cette partie des cryptes que le savant van Swinden fit, en 1782, et en 1792, quelques observations sur la température souterraine”.

Tot zoover Bory de S t. Vincent.

Dat Satan inderdaad in de onderaardsche krochten van den St. Pietersberg als de prins der duisternis regeerde, omringd door tallooze helsche geesten, was bij de bijgeloovige lieden in de middeleeuwen en zelfs in de latere tijden, een vaststaand feit.

Eertijds bezat de berg een vrij groot aantal in- en uitgangen, waarvan het meerendeel aan de Maaszijde lag; geen vrouw of man zou het tegen den avond of tegen het vallen van den nacht gewaagd hebben een dezer spelonken te passeeren zonder het kruisteeken te maken, teneinde zich voor de duivelsche machten te behoeden.

Ondeugende kinderen uit den omtrek werden meermalen door hun ouders bedreigd, dat zij hen „bij den duivel in den berg zouden brengen”, hetgeen gewoonlijk een afdoende uitwerking had.

Zelfs de blokbrekers, die de steenblokken uit den St. Pietersberg groeven, ontkwamen niet aan den duivel. Op verscheidene plaatsen treft men dan ook in de gangen een groot zwart gebrand kruisteeken aan tegen de zoldering, waarmede de werklieden zegen over hun werk wilden afsmeeken of den duivel trachtten te bezweren.

Zóó groot was den invloed van den Satan op ’t bijgeloof dermenschen, dat er zelfs simpele lieden gevonden werden, die zich niet in den berg durfden wagen uit vrees met den duivel in aanraking te komen.

Sluiten