Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE LEGENDE VAN LICHTENBERG.

Hoog op den oostrand van den St. Pietersberg verheft zich nog de ruïne van het voormalig slot Lichtenberg.

Volgens de overlevering zou Caesar op die plaats een toren hebben doen bouwen om als lichttoren te dienen voor de Romeinen, die met hun schepen de Maas afvoeren en voor het overbrengen van lichtseinen. Daardoor zou de naam Mons Lucis, Lichtenberg, ontstaan zijn.

Van 1267 tot het einde der veertiende eeuw werd het kasteel bewoond door de familie Lichtenberg, welke als bewoonster werd opgevolgd door de familie Happart, die na een kort verblijf het landgoed in het begin der vijftiende euw aan de familie van Eijnatten verkocht. In 1659 huwde een lid der familie van Schaesberg de erfgename van Eijnatten en Lichtenberg en tot omstreeks het einde der vorige eeuw bleven de goederen in deze familie.

Lichtenberg herbergde markante figuren uit de geschiedenis, o.m. de Hertog van Alva, die er in October 1568 zijn hoofdkwartier had opgeslagen en de kolonel Prinsen van der Aa, die er in Juni 1632 tijdens het beleg van Maastricht verblijf hield.

Het verval van het slot Lichtenberg voltrok zich in korten tijd; in 1740 was het nog in zijn oorspronkelijken staat en slechts enkele jaren later, in 1747, bleef er maar een ruïne van over.

In een der groote slotzalen van het kasteel Lichtenberg zat in den laten avond een luidruchtig gezelschap ridders bij elkaar, meerendeels verwanten en vrienden van den burchtheer. Terwijl de wijnbeker vroolijk rond ging, vertelde men elkander de belevenissen van oorlogen, steekspel en minnekozerij; ter afwisseling klonken de rhytmische accoorden van harp, fluit en vedel door de ruimte.

Een der naburige slotheeren, bekend om zijn onverschrokkenheid, doch die eveneens den naam had van aan drank en speelzucht verslaafd te zijn, hield zich weer bezig met zijn geliefkoosd dobbelspel en dronk daarbij den eenen beker wijn na den anderen. Er werd grof gespeeld. De ridder, die niet wilde luisteren naar den wijzen raad van zijn vrienden om het spel te staken, wilde hij niet al zijn bezittingen verspelen, verloor zonder ophouden. Doch zoo groot was zijn hartstocht voor het spel, dat hij zelfs zijn ziel zou hebben verdobbeld. Ten slotte bleef hem niets meer over dan zijn onontbeerlijk zwaard, een meesterstuk van smeedkunst met schitterend edelgesteente inge-

Sluiten