Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVERZICHT VAN DE MILITAIRE RAPPORTEN EN TEEKENINGEN, BETREKKING HEBBEND OP DE ONDERAARDSCHE GANGEN.

De hieronder genoemde stukken zijn afkomstig uit een drietal archieven: ie. van de „Section Technique du Genie” (Comité du Génie) van het Ministerie van Oorlog te Parijs (aangeduid met ST);

2e. van de Service Historique” van de Generale Staf, in het Ministerie van Oorlog te Parijs (aangeduid met SH);

3e. van de Genie, Ve Afd., van het Departement van Defensie te ’s Gravenhage (aangeduid met GV).*)

Verkorte aanduidingen: Teek. = teekening; Rapp. = rapport; Rapp. 1933 — het in Dec. 1933 uitgebrachte- en Rapp. 1938 het in bewerking zijnde rapport over mijn archiefonderzoekingen te Parijs; or. = origineel.

1. DESBORDES. Teek. 1747 (Rapp. 1933, blz. 44, No. 45, IV 11 en V 7). S.T. Plan

de Maëstricht avec ses mines et contramines.

Teekening van de verdedigingswerken der stad, van het fort St. Pieter en de verbinding der werken met het fort en de onderaardsche gangen; met aanduiding van de plaats der ingangen. In het bijschrift is gewezen op het gevaar, dat het fort loopt omdat men het vanuit de onderaardsche gangen kan doen springen.

2. DE VERVILLE. Rapp. 24 Juni 1748 (Rapp. 1938). S.H. Mémoire sur Maëstricht

(36 blz.).

Opmerkingen over de onderaardsche gangen, waarvan de historici zeggen, dat de oudste uit den tijd der Romeinen dateeren omdat men er verschillende Romeinsche oudheden in gevonden heeft. Beschrijving van de verbinding tusschen het fort en de gangen door de wenteltrap om de put. De gangen bieden geen voordeel om het fort te nemen; pogingen tot ondermijning moeten falen omdat in de groote ruimte onder den grond de ontploffingen den weg van minsten weerstand zoeken, terwijl de verdedigers de gangen gemakkelijk kunnen versperren en bezet houden.

3. DE VERVILLE. Rapp. 18 Aug. 1748 (Rapp. 1933, blz. 126, 128, 129, No. 58/59 V 8,

V 9). S.T. Mémoire sur la montagne St. Pierre et ses carrières, relativement au plan qui en a été levé (3 blz.).

Algemeene beschrijving van den berg en zijn eigenaardigheden, Caestert, de steenen mergelwinning, de onderaardsche gangen en de ingangen daarvan.

Over de mergel: „Comme ce sable se trouve avoir la propriété d’engraisser et de fertiliser les terres il s’en débite considérablement pour la Hollande; c’est pourquoy il y a tant de bouches du coté de la Meuse d’ou par rigolles taillés dans le rocher on fait couler le sable jusqu’au bord de la rivière pour être chargé tout de suite sur les batteaux qui viennent 1’enlever, et les propriétaires des carrières voisines du chateau Caesar ne font point d’autres commerces aujourd’hui”.

De hoogte van de gangen bedraagt 27 a 28 voet en plaatselijk soms meer dan 30 voet. Op sommige plaatsen is het plafond te dun geweest om de bovengrond te dragen, zoodat deze doorgezakt is en boven op den berg trechters zijn ontstaan. Een groot deel van de gangen is daardoor versperd, waardoor ’t den ingenieurs, die de plattegrond der gangen hebben opgemeten, niet mogelijk was om deze verder uit te werken. Door zulke instortingen verliest een eigenaar zoowel boven- als ondergrond. Over de ingangen: „Comme il y a déja grand nombre d’années que la consommation des pierres est devenue peu considerable, et que la bouche en avant du fort St. Pierre sur sa droite y suffit, on a laissé agir le tems et les terres qui ont comblé et masqué les bouches du coté du Jaar par ou tout le transport se faisait autrefois”. Daardoor is het gevaar voor verdwalen, indien men zonder geleide of goede voorzorgen binnengaat, nog vergroot. De gangen dienen als schuilplaats voor de boeren in tijd van oorlog, die er dan met familie, vee en voorraden in verblijf houden.

4. DUPORTAT. Rapp. 1748 (Rapp. 1933 No. 54; Rapp. 1938). S.T. Observations sur

les villes de Maëstricht et de Wyck et sur le fort St. Pierre.

*) In dit archief berust nog een aantal teekeningeti van het fort St. Pieter en de aangrenzende onderaardsche gangen, welke hieronder niet afzonderlijk zijn genoemd.

Sluiten