Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nauwkeurige beschrijving van de verbinding tusschen het fort en de gangen doormiddel van de wenteltrap. Bijzonderheden over in 1747 gevoerden strijd. Dergelijke opmerkingen over de weinige bruikbaarheid van de gangen, om het fort aan te vallen, als door de Vervillè gegeven (No. 2).

5. ? Rapp. na 1748 (Rapp. 1938). S.H. Reconnaissance du cours de la Meuse depuis

Liége jusqu’a Ruremonde (16 blz.).

Schrijver en datum van dit verkenningsrapport zijn onbekend. Het begint: „Voici un trait de 1’abbé de St. Jacques qui servira de preuve a ce que j’avance. Le lendemain que j’eus regu mes ordres de la cour pour lever le cours de la Meuse je fus prier 1’abbé de St. Jacques qui était a Liége de me faire le plaisir d’ordonner a ses gens de m’ouvrir les portes de son chateau de Caster (óu de Gesar) que j’en avois absolument besoin pour y faire des observations géométriques, il me repondit qu’il y enverrait un domestique le lendemain. J’y trouve effectivement ce domestique, qui me dit qu’il n’avait point d’ordre de m’ouvrir les portes”. De schrijver geeft dan verder steeds af op de bewoners van de streek, de geestelijkheid en de Luikenaren. Verderop volgt een uitvoerige beschrijving van de onderaardsche gangen. De berg dient voor alle omwonenden tot in Eben-Eymael als schuilplaats in geval van oorlog. Merkwaardig is de bewering, dat de berg sedert 1710 belangrijk gedaald zou zijn omdat men vanaf de toren in Foton (aan de overzijde van de Maas) de toren van Tongeren steeds meer kan zien. Dit zou te danken zijn aan verzakking door te sterke uitgraving van steenen; ook bovenop den berg ziet men de verzakkingsgaten, die soms toegang tot de gangen geven. Een jaar te voren was een ruiter met z’n paard in een afgrond van 35 voet diepte gestort. De schrijver raadt aan, met het oog op eventueele kampementen op den berg, zooals van de Franschen in 1700, om de dikte van de grondlagen na te gaan, in verband met de dikte van de pilaren eronder, daar waar de belangrijke wegen loopen.

6. ? Rapp. 1749 (Rapp. 1938). S.H. Mémoire détaillé du Pais de Limbourg et des Envi-

rons de Mastricht (114 blz.).

Dit is een opsomming van alle dorpen en plaatsen van Zuid-Limburg, waarin alle bijzonderheden van het terrein worden beschreven. Op blz. 84 worden de „Sousterrains de la Montagne de St. Pierre” behandeld. De ingangen worden bij name genoemd en de verbinding met het fort beschreven. „II y a une entrée de ces souterrains dans la plaine è. hauteur de 1’extrémité du glacis du fort a 150 toises de la gauche du chemin de Mastrickt a Liége, cette entrée est voutée comme celle d’une cave; les charettes y descendent; on communiqué par ce passage a toutes les routes des souterrains”. De opmerkingen over de gangen besluiten met: „Ges cavernes ont été levées exactement en 1748 par M. Masse, ingénieur de Mastrickt”.

7. H. THIERRY. Rapp. 20 Febr. 1750 (Rapp. 1933, blz. 34, No. 14 IV 3; Rapp. 1938).

S.T. Journal du Siège de Maëstricht et du séjour que j’ai fait après qu’il a été a notre pouvoir; de l’année 1748. Avec quelques réflexions (168 blz.).

In dit slecht leesbare rapport beschrijft Thierry op blz. 150 e.v. een tocht, welke hij door den berg maakt, waarbij hij langs de wenteltrap in het fort komt. Dit gebeurde op 27 Mei, nadat Maastricht van 15 April af belegerd was en op 4 Mei door de Franschen ingenomen (in 1748). Hij was in gezelschap van de Verville en ging onder geleide van een meisje een ingang nabij het fort binnen. Onder aan de wenteltrap bevond zich een verdedigingsmuur. Na het fort geïnspecteerd te hebben, daalden zij de trap weer af en gingen onder geleide van eèn jongen en een meisje, die als verlichting een fakkel en een lamp droegen, door den berg naar Slavante, waar zij na 34 minuten aankwamen.

8. BéTOURNé. Rapp. Nov. 1794 (Rapp. 1933, blz. 123, No. 34, V 6). S.T. Relation

de ce qui Pest passé dans la caverne du Mont St. Pierre (3 blz.).

Een Fransche jager, die toevallig een der ingangen binnenging, werd door een schildwacht van den vijand aangeroepen en doodt dezen. Enkele uren later liet de vijand (n.1. de Oostenrijksche troepen, die het fort bezet hielden) , een der kolommen in de gangen springen. Er werd op den berg een trechter van 20 m diameter en 16 m diepte gevormd. Den volgenden dag lieten de Franschen de trechter open maken om een nieuwen ingang en luchtverversching te hebben. Zij onderzochten den berg verder en vonden boeren met hun vee en meubelen. Zij werden naar buiten gebracht, doch waren zoo verschrikt, dat zij geen inlichtingen konden geven. Het

Sluiten