Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

entretenir la vie de tous ces êtres animés et pour alimenter les föurs, les feux, les lumières indispensables, sur rirapossibilité dans 1’état actuel, d’y renouveller 1’air ainsi qu’il devrait être; sur la difficulté de s’y procurer de 1’eau en quantité süffisante (le puits que j’y ai vu a plus de 33 pieds de profondeur) sur la difficulté bien plus grande d’évacuer hors de la caveme les immondices de toute espèce; suite une pareille cohabitation, etc. etc. on se convaincra sans peine dans 1’état actuel des choses,, un pareil projet est un projet fou, inexécutable et dont tout le merveilleux, tout 1’échaffaudage croule a 1’oeil de celui qui le discute, qui 1’examine froidement”. De gangen hebben volgens Dejean alleen eenige beteekenis als munitiebergplaats voor het fort en enkele voorraden, voor het doen van uitvallen en om buiten de stellingen van een belegeraar te komen. Daartoe zijn weinig werken noodig.

19. BENOIST NEUFLIEU. Rapp. 5 Nov. 1796 (Rapp. 1933, blz. 61, No. 88 IV 19).

S.T. Mémoire sur les travaux de fortifications ordonnés en Van 4e dans les places de la direction Maestricht.

In deze memorie vermeldt Benoist in het kort, dat bij de in het jaar 4 uit te voeren werken door den minister o.a. is aangewezen „1’entrée de la caveme St. Pierre”, waarmee blijkbaar de te maken ingang aan den Luikerweg bedoeld wordt.

20. MARES. Rapp. 21 Dec. 1796 (Rapp. 1933, blz. 62, No. 89 IV 20). S.T. en or. in G.V.

Mémoire d l’appuy du projet estimatif des ouvrages les plus urgents ptoposés pour être exécutés dans la place de Maestricht pendant Van 5 (43 blz.)..

Dit rapport bestaat uit 164 artikelen, waarvan 141-150 over het fort en de daarmee verband houdende gangen handelen. Mares, die toen bijna een jaar te Maastricht was, heeft zoowel bij de belegeraars als bij de belegerden zijn licht opgestoken over de waarde van het fort als verdedigingsmiddel van de stad. Na een gedetailleerde beschrijving over de ligging van het fort, noemt hij in dat verband ook de onderaardsche gangen, die ermede in verbinding staan. Hij noemt 6 1 7 luchtkokers, die van de gangen in de grachten en overdekte wegen van het fort uitkomen; zoo noodig kan men het aantal nog vergrooten. Aan de zijde van de stad ligt voor het fort nog een afzonderlijke kleine grot met twee ingangen aan de Jekerzijde; een traP leidt er vanaf het fort heen. Hij beschrijft uitvoerig het groote gangenstelsel en verwijst naar de plannen en plattegrond van het vorig jaar. Het zal wel onder indruk van de critiek van Dejean zijn, dat hij het ook over de luchtverversching heeft en zich verder niet veel over het gebruik van de gangen als verblijfplaats uitlaat en meer de verdediging van het fort op het 'oog heeft. Met nadruk wijst hij op het gevaar, dat het fort loopt van de zijde van een vijand, die de kans tot een onderaardschen aanval krijgt. Men kan niet volstaan met enkele ingangen dicht te maken; evenmin mag men met maatregelen wachten tot het oogenblik, dat een beleg dreigt. Men moet dus ondergronds de noodige versperringen aanbrengen op een dusdanigen afstand als men bovengronds terrein wil verdedigen. Rondom deze versperringen moet men dan de vijand nog door rook op een afstand houden. Van deze maatregelen zal het behoud van het fort en daarmede van de stad afhangen. In de bijbehoorende teekening is de oude ingang aan den Luikerweg aangegeven.

21. GILLOT. Rapp. 28 Oct. 1797 (Rapp. 1933, blz. 69, No. 91 IV 22). S.T. en or. in

G.V. Mémoire sur l’état de situation de la place de Maestricht.

Over de gangen wordt, in verband met de verdediging van het fort gezegd: „L’immense caveme qui règne sous la montagne St. Pierre et qu’on avait d’abord regardée coimne si redoutable pour 1 assiegeant, lui offre au contraire un moyen d’éventer toutes les mines de 1’assiégé et de bouleverser le fort. Les flancs de la montagne sont percés de nombreuses issues dont 1’assiégeant ne manquera pas de s’emparer et qui lui éviterait la peine de creuser des galeries a grands frais et avec perte de tems; il peut a leur aide aller jusque sous le fort, il peut établir en quelques. jours des fourneaux qui dans un autre terrain eussent exigé pour leur construction des mois entiers de guerre souterreine et engloutir les assiégés sous les débris de leur fort”. De moeilijkheid is om een vijand te beletten de ingangen te bezetten en tot het fort door te dringen. Ook hier wordt het door Mares geopperde plan der versperringen in de gangen aanbevolen.

22. BENOIST NEUFLIEU. Rapp. 1799 (Rapp. 1933, blz. 73, No. 93 IV 24). S.T. Mé¬

moire raisonnée sur l’état de la situation de la Place de Maestricht.

Ook hierin wordt weer het systeem der versperringen van Mares naar voren gebracht.

Sluiten