Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEUWIGE BOUWER

God schiep ons twee vloedgolven in zijn zee;

de eene rukt weg, de andere brengt mee.

Hij schiep ons twee even machtige winden.

Jij mijn broeder, drijft voor je heen

wat verwelkt en vermolmt, zich moet ontbinden;

ik kom op zachtere voeten aan

maar in mij is de kern aller wezens te vinden:

uit mij is hun wasdom, uit mij alleen.

(tot de proletariërs)

Jongens, jullie zijn in je recht,

dat ik bij jullie sta behoeft geen woorden.

Er is nu op aarde geen zaak zoo slecht

dan die, waarvoor duizende' elkaar vermoorden,

waarvoor Abessinië ten onder werd gebracht,

en woeden in Spanje Franco's horden!

Wel drukt ge nog zwaar, o heerschershand,

knijpt het volk toe de keel in menig land...

Ook in 't land dat om den evenaar

slingert zijnen gordel van smaragd...

hoe lang nog, hoe lang nog makker, blijft waar

de oude aanklacht, de oude klacht ?

Gij dichter en ziener, o menig woord

dat ge zongt, leeft, hchtsein, tusschen ons voort.

Ik weet wel dat ginder ook goeds geschiedt,

maar het beste, dat juist, dat wil men niet:

voor de vrijheid voedt men het volk niet op.

Vervloekte hebzucht van 't grootkapitaal!

Vervloekt zijn machtswil! O bloedig verhaal

waar komende eeuwen van zullen gruwen...

Sluiten