Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo ongeveer droomden jullie t ook, kameraden:

in dezen trant klonk vaak jullie woord,

maar stemden daarmee overeen jullie daden?

Jullie hadt vergeten, dat zonder genade

van boven, de menschlijke wil ontspoort

of verslapt... met je woord kwam je daad overeen

wel als bordpapier met marmersteen.

O kindren, wat zijn we ten achter gebleven,

bij wat w'in den dageraad elkaar hadden beloofd!

Een vaan hebben, fier, we opgeheven

met de leus „om den mensch, om zijn hooger leven"

maar hebben we ook den grond gekloofd

en bewerkt, dat die leuze kon gedijen?

Zegt, o zegt, gingt ge niet, beminden,

te vaak op in uw eigen recht ?

Streedt g'altijd als geestelijk vrijen?

Wrok verft vaak geel het gelaat van den knecht...

Dapper volhardend hebt ge gestreden,

maar streedt g'ook voor andren het goede gevecht,

ook om hun te helpe' aan datgene

wat ge voor uw zeiven zocht ?

Hebt ge op den langen tocht

verworven innerlijke vrede ?

Hebt ge den boer, uw broeder,

wiens hoofd in zijn moeizaam gezwoeg

naar d'aarde is gericht van heel vroeg

tot laat in de schemerure,

tot u geroepen, uw hand

gelegd op zijn sterken schouder

en gemaakt met hem verband ?

Hem gewezen de morgenklaarte,

zwak maar groeiende, hem geleerd,

Sluiten