Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEUWIGE BOUWER

O kinderen, wordend geslacht, die zijt

onze gemeene heerlijkheid,

plante' in u 't beste van ons bloed zich voort;

In u verheldre zich ons troebel woord,

losse in vreugde zich op ons vraagakkoord.

Liefde maakt rijk aan lachend blij geduld,

aan mildheid door besef van eigen schuld;

aan wil om te vergeven... helpt allen, gij

makkers, die te helpen vermoogt.

Dat deze bron nimmer meer verdroogt,

maar uitstroome door onze levenswei,

dat rijk en zuiver, mild en zacht

haar water onze beemden zeegne'... O gij lacht

gij lacht weer, kindren, gelijk een landouw

in Juni, 's morgens; de lucht fonkelt, wordt blauw,

heel zacht toch... O kindren, levensmoed danst in

Uw oogen... O, nu begint het begin

van betre dagen, zoo gij allen helpen wilt,

zoo ge allen, door uw offer, leven tilt

hóóger omhoog. In zwaren gang van eeuwen

is tusschen ons gegroeid onafzienbare schuld.

Hoe allen schuldig werden heb ik u onthuld.

De rijken heten in hun zelfzucht schreeuwen

d'armen om brood; verrijkten zich, o zeer

met hun arbeid; d'arbeiders werde' èn slaafsch

èn ruw; wie tussche' ons geestlijk werk verrichten,

instee te zijn voor d'andren heldre hchten,

droomden al te vaak van goud en wereldsche eer.

Nu kan iets van die schuld worden afgedragen

in hefde voor 't jonge geslacht,

dat werd gebore' in booze kenterdagen

Sluiten